Uriah Heep - Very 'Eavy, Very 'Umble (13-06-1970)
Als ik Very ’Eavy, Very ’Umble opzet, hoor ik een band die nog volop bezig is haar eigen geluid te ontdekken, maar die meteen ook laat merken dat ze grote plannen heeft. Dit debuutalbum van Uriah Heep verscheen in 1970, een tijd waarin de Britse rockmuziek flink aan het veranderen was. De gitaren werden zwaarder, orgels kregen meer ruimte en zangers mochten best een beetje overdrijven. Uriah Heep voelde zich in dat landschap uitstekend thuis.
De albumtitel klinkt alsof iemand met een overdreven deftig Engels accent iets probeert uit te leggen. De woorden verwijzen naar Uriah Heep, het personage uit Charles Dickens’ David Copperfield. De hoes is een stuk minder bescheiden. Daarop zien we een griezelig gezicht, omgeven door spinnenwebben. Het blijkt zanger David Byron te zijn. Een vriendelijk familieportret is het bepaald niet, maar opvallen doet het wel.
Muzikaal is het album een interessante kennismaking met de groep. Mick Box zorgt voor de gitaren, Ken Hensley geeft de toetsen een belangrijke plaats, Paul Newton verzorgt de bas en David Byron zingt met veel overtuiging. De drums werden tijdens de opnamen deels door Alex Napier en deels door Nigel 'Ollie' Olsson gespeeld. Het resultaat is een plaat die soms stevig uithaalt, dan weer gas terugneemt en af en toe een onverwachte afslag neemt.
Een sterke opening
Met Gypsy begint het album meteen goed. Voor mij is dit een van de hoogtepunten van de plaat. De gitaar zet de toon, het orgel duwt de muziek vooruit en David Byron klinkt alsof hij zijn verhaal aan een volle zaal wil vertellen. Het nummer heeft iets dreigends, maar wordt nergens log. De verschillende instrumenten krijgen voldoende ruimte en toch blijft het geheel stevig bij elkaar. Als ik een nummer zoek dat laat horen wat Uriah Heep in huis heeft, kom ik al snel bij deze opener uit.
Walking in Your Shadow houdt het niveau goed vast. Het nummer is wat directer en minder zwaar aangezet, maar de melodie blijft prettig hangen. Ik hoor hier een band die niet alleen op volume vertrouwt. De zang en het samenspel maken het nummer interessant, ook wanneer de muziek wat minder spectaculair klinkt dan bij de opener.
Daarna volgt Come Away Melinda, een nummer dat een heel andere kant laat zien. Het is geen eigen compositie van de band, maar een uitvoering van een lied van Fred Hellerman en Frances Minkoff. De rustige aanpak en de gevoelige zang geven het album een menselijker gezicht. Na al dat stevige rockwerk is het aangenaam om even een stap terug te doen. Ik vind het bovendien goed dat de band op haar debuut niet uitsluitend voor eigen materiaal en zware gitaren kiest.
Blues, dromen en stevige gitaren
Met Lucy Blues beland ik bij een nummer dat me minder bijblijft dan de eerste drie. De bluesbasis is duidelijk aanwezig en Mick Box krijgt de gelegenheid om zijn gitaarwerk te laten horen. Toch vind ik het geen uitschieter. Het nummer doet zijn werk, maar ik merk dat mijn aandacht af en toe wat verslapt. Dat hoeft overigens geen ramp te zijn. Op een album met zoveel verschillende ideeën mag best eens een nummer staan dat wat minder indruk maakt.
Gelukkig volgt daarna Dreammare, dat ik juist prachtig vind. De titel past bij de sfeer: er hangt iets geheimzinnigs over de muziek, zonder dat het een zwaar aangezet spookverhaal wordt. Het nummer heeft een eigen karakter en laat horen dat Uriah Heep ook buiten de gebruikelijke hardrockformule iets te bieden heeft. Ik vind vooral de afwisseling tussen de instrumenten geslaagd. Het is zo'n compositie waarbij ik graag nog even blijf zitten als het nummer is afgelopen, in plaats van meteen naar het volgende te springen.
Real Turned On brengt het tempo weer omhoog. De band speelt met overtuiging en de gitaren en toetsen doen wat ze moeten doen. Toch vind ik dit een wat vlakker moment op de plaat. Het klinkt lekker stevig, maar ik mis net dat bijzondere element waardoor een nummer zich van de rest onderscheidt. Ik heb niet de neiging om het over te slaan, maar ik zal het ook niet snel als eerste kiezen wanneer ik zin heb in Uriah Heep.
Een persoonlijke favoriet
Met I'll Keep on Trying is mijn aandacht meteen weer terug. Dit is een van mijn favorieten op het album. Het nummer heeft een fijne opbouw en de band klinkt hier alsof alle onderdelen vanzelf op hun plaats vallen. De zang van Byron geeft het geheel voldoende kracht, terwijl gitaar en orgel elkaar mooi aanvullen. Ik houd van die combinatie van melodie en stevige rock. Het nummer probeert niet voortdurend indruk te maken met ingewikkelde kunstgrepen, maar weet me juist door het samenspel te overtuigen.
Ik vind het ook een goed voorbeeld van wat Uriah Heep onderscheidt van veel andere hardrockbands uit die periode. De groep kan stevig spelen zonder de melodie uit het oog te verliezen. Dat is op een debuutalbum niet vanzelfsprekend. Je hoort dat de muzikanten nog zoeken, maar bij dit nummer heb ik daar weinig last van. Hier valt alles op zijn plek.
De afsluiter Wake Up (Set Your Sights) is voor mij net iets te tam. Na de energie van I'll Keep on Trying had ik graag nog een wat krachtiger slot gehoord. Het nummer heeft zeker zijn momenten en vormt een rustige afsluiting, maar ik mis de spanning die de beste nummers van het album zo aantrekkelijk maakt. Het is geen slechte afsluiter, alleen had ik gehoopt dat de band nog één keer stevig zou uitpakken.
Een debuut met karakter
Wat me bij het beluisteren van Very ’Eavy, Very ’Umble vooral opvalt, is de variatie. Uriah Heep probeert niet acht keer hetzelfde kunstje uit te voeren. De band schakelt tussen stevige rock, blues en rustige, meer ingetogen passages. Soms werkt dat uitstekend, soms levert het een nummer op dat minder blijft hangen. Juist daardoor klinkt het album als het werk van een groep die nog aan het ontdekken is welke richting het beste bij haar past.
De latere klassiekers als Demons and Wizards en The Magician's Birthday zouden het geluid van Uriah Heep verder aanscherpen. Toch hoor ik op dit debuut al veel van de elementen die de band herkenbaar zouden maken: het orgel, de stevige gitaarpartijen, de expressieve zang en de aandacht voor melodie.
Ik vind Very ’Eavy, Very ’Umble daarom een geslaagde eerste kennismaking met de band. Niet ieder nummer is even sterk, maar de hoogtepunten wegen voor mij ruimschoots op tegen de mindere momenten. Vooral Gypsy, Dreammare en I'll Keep on Trying maken dat ik met plezier naar het album terugkeer. Het is een plaat waarop Uriah Heep nog niet helemaal is uitgegroeid tot de band die ze later zou worden, maar waarop het talent al duidelijk aanwezig is. En dat is voor een debuut uit 1970 helemaal geen geringe prestatie.
WAARDERING: 8,0