Shaking Hand - Shaking Hand (16-01-2026)
Als ik het album Shaking Hand van Shaking Hand uit 2026 beluister en daarbij zowel professionele recensies als gebruikersreacties meeneem, krijg ik een vrij compleet beeld van een debuut dat indruk maakt, maar niet voor iedereen meteen werkt. Het is duidelijk geen standaard indieplaat, maar eerder een album dat draait om sfeer, opbouw en geduld.
Wat mij meteen opvalt, is dat de band niet kiest voor simpele structuren. De nummers zijn vaak langer dan gemiddeld en ontwikkelen zich langzaam. In plaats van refreinen die direct blijven hangen, krijg je hier lagen van gitaren en ritmes die zich geleidelijk ontvouwen. Daardoor voelt het album bijna als een reis. Ik merk dat ik er echt even voor moet gaan zitten; het is geen muziek die je zomaar op de achtergrond zet.
De stijl van het album zit ergens tussen indie rock, post-rock en mathrock. In de praktijk betekent dat dat de muziek veel varieert in dynamiek, maar op een subtiele manier. Rustige passages worden afgewisseld met iets stevigere stukken, maar echte uitbarstingen blijven vaak uit. Dat is meteen ook een punt waar de meningen over verdeeld zijn. Sommige luisteraars vinden die ingetogen aanpak juist sterk en spannend, terwijl anderen het gevoel hebben dat de muziek te netjes blijft en nooit echt losbreekt.
De opening van het album zet meteen de toon. “Sundance” begint dromerig en bouwt langzaam op naar een voller geluid. Ik vind dat een sterke start, omdat het meteen duidelijk maakt wat de bedoeling is. Daarna volgt “Mantras”, dat nog meer richting post-rock gaat, met herhalende patronen en kleine variaties. Het heeft iets hypnotisch en doet denken aan bands die veel met sfeer werken. Dit zijn voor mij meteen hoogtepunten van de plaat.
Niet elk nummer heeft dezelfde impact. “In for A… Pound!” voelt bijvoorbeeld wat minder sterk. Het mist een duidelijke richting en blijft een beetje hangen zonder echt ergens naartoe te gaan. Dat is precies een kritiekpunt dat ik vaker terugzie: sommige nummers lijken meer schetsen dan volledig uitgewerkte ideeën. Toch stoort het me niet enorm, omdat het past binnen de algemene sfeer van het album.
“Night Owl” is een interessant moment, omdat het iets toegankelijker klinkt. Het tempo ligt wat hoger en de gitaren schuren net iets meer. Ik had hier misschien zelfs gewild dat het nummer wat langer doorging, want het voelt alsof het net te snel voorbij is. Daarna zakt het album weer terug in een meer dromerige sfeer, bijvoorbeeld bij “Up the Ante(lope)”, dat degelijk klinkt maar niet echt blijft hangen.
Een van de sterkste momenten vind ik “Italics”. Dit nummer heeft een mooie, licht rafelige opbouw en eindigt op een manier die echt binnenkomt. Hier hoor ik goed hoe de band spanning kan opbouwen zonder dat het overdreven wordt. De afsluiter “Cable Ties” gaat nog een stap verder, met wisselende ritmes en een gelaagde structuur. Het voelt als een passend einde van het album, waarin alles nog één keer samenkomt.
De zang van George Hunter speelt een bijzondere rol. Zijn stem is zacht en vaak wat naar de achtergrond gemixt. Dat zorgt ervoor dat de muziek centraal blijft staan, maar het betekent ook dat de teksten minder opvallen. Ik begrijp wel dat dit een bewuste keuze is, omdat het past bij de dromerige sfeer. Toch kan ik me voorstellen dat sommige luisteraars hier meer nadruk op hadden willen horen.
Wat ik interessant vind, is dat veel luisteraars aangeven dat het album tijd nodig heeft. Bij een eerste luisterbeurt kan het wat afstandelijk of zelfs saai overkomen. Maar hoe vaker je het hoort, hoe meer details je ontdekt. Dat herken ik zelf ook. Kleine veranderingen in gitaarlijnen of ritmes vallen pas later echt op. Dat maakt het album minder direct, maar wel duurzamer.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke kritiekpunten. Sommige mensen vinden het album te langdradig en missen echte hoogtepunten. Anderen zeggen dat de band nog te veel leunt op invloeden van oudere acts en nog niet helemaal een eigen geluid heeft ontwikkeld. Dat zijn geen onterechte opmerkingen, maar ik heb het idee dat dit ook hoort bij een debuut. Het voelt als een band die nog aan het zoeken is, maar wel al veel potentie laat zien.
Als ik alles bij elkaar neem, zie ik Shaking Hand als een ambitieus en sfeervol debuut dat niet perfect is, maar wel interessant blijft. Het is vooral geschikt voor luisteraars die houden van rustige, opbouwende muziek met veel detail. Als je op zoek bent naar directe hooks of energie, ga je hier minder vinden.
Mijn conclusie: dit album groeit met de tijd. Het vraagt geduld, maar geeft daar ook iets voor terug. Het voelt als het begin van iets dat nog verder kan ontwikkelen, en dat maakt me nieuwsgierig naar wat deze band hierna gaat doen.
WAARDERING: 8,1