Fairport Convention - Fairport Convention (06-1968)

Als ik het debuutalbum Fairport Convention uit 1968 van Fairport Convention beluister krijg ik vooral het gevoel dat ik naar een band luister die nog in ontwikkeling is. Dit is geen album dat meteen laat horen waar ze later beroemd om zouden worden, maar eerder een eerste stap in hun muzikale zoektocht.

Wat mij direct opvalt, is hoe sterk de invloed van Amerikaanse folkrock is. In plaats van typisch Britse folk hoor ik hier een geluid dat duidelijk geïnspireerd is door artiesten als Bob Dylan en The Byrds. Dat zorgt ervoor dat het album soms wat minder eigen aanvoelt. Het klinkt goed, maar ik heb niet meteen het idee dat de band hier al een unieke identiteit heeft ontwikkeld.

De zang van Judy Dyble speelt een grote rol in de sfeer van het album. Haar stem klinkt zacht, licht en een beetje dromerig. Dat past goed bij de rustige nummers en geeft het geheel een warme uitstraling. Tegelijk merk ik dat haar zang niet altijd even krachtig is. Sommige nummers blijven daardoor minder hangen dan je zou hopen. Toch heeft haar stem wel iets charmants, iets dat goed past bij de tijd en stijl van de muziek.

Als ik naar de opbouw van het album kijk, valt me op dat het vrij afwisselend is. Er staan zowel eigen nummers als covers op, zoals “Chelsea Morning” en “Suzanne”. Dat zorgt voor variatie, maar ook voor een minder samenhangend gevoel. Sommige nummers springen eruit, terwijl andere wat vlak blijven.

Er zijn gelukkig genoeg sterke momenten. Nummers zoals “Time Will Show the Wiser”, “Decameron” en “Jack O’Diamonds” geef ik zelf een 4. Die tracks laten goed horen dat de band gevoel heeft voor melodie en sfeer. Ook “Chelsea Morning” en “Suzanne” vind ik geslaagde interpretaties, met een mooie balans tussen respect voor het origineel en een eigen invulling.

Aan de andere kant zijn er ook nummers die minder indruk maken. “The Lobster” en “M1 Breakdown” voelen voor mij wat minder uitgewerkt en krijgen daarom een lagere score. Ze zijn niet slecht, maar missen net iets om echt interessant te worden. Dat past ook bij wat veel luisteraars zeggen: het album is een beetje wisselvallig.

Instrumentaal hoor ik wel duidelijk dat er veel talent in de band zit. Vooral gitarist Richard Thompson valt op. Zijn spel is nog niet zo uitgesproken als later, maar je hoort al dat hij veel in huis heeft. De arrangementen zijn netjes en muzikaal sterk, al blijven ze meestal vrij veilig.

Dat “veilige” gevoel komt ook vaak terug in meningen van luisteraars. Het album klinkt verzorgd en aangenaam, maar neemt weinig risico’s. Er wordt niet echt geëxperimenteerd en het voelt soms alsof de band nog niet durft om echt een eigen richting te kiezen. Daardoor mist het album een beetje spanning.

Toch heeft dat ook een positieve kant. De sfeer van het album is namelijk heel prettig. Het is een plaat die makkelijk wegluistert, met een ontspannen en soms bijna dromerige vibe. Ik snap goed waarom sommige mensen dit juist een fijne plaat vinden om regelmatig op te zetten.

Dit album voelt vooral sterker als je het ziet in de context van wat later kwam. In vergelijking met hun latere werk, zoals Liege & Lief, is dit duidelijk een beginpunt. Het mist nog de diepgang en het eigen karakter van die latere platen.

Alles opgeteld zie ik dit debuut vooral als een groeialbum. Het laat horen waar de band vandaan komt, maar nog niet waar ze naartoe gaan. De kwaliteiten zijn al aanwezig, maar nog niet volledig ontwikkeld. Dat maakt het interessant, maar niet per se indrukwekkend.

Mijn eindoordeel is dan ook dat Fairport Convention een degelijk en soms mooi album is, met een aantal sterke nummers en een fijne sfeer. Tegelijk mist het een duidelijke identiteit en echte hoogtepunten die blijven hangen. Het is geen meesterwerk, maar wel een belangrijk begin van iets dat later veel groter zou worden.

WAARDERING: 7,4