Deep Purple - The Book of Taliesyn (10-1969)
Bij de naam Deep Purple denken mensen al snel aan Child in Time en Smoke on the Water, aan Ian Gillan en Ritchie Blackmore en aan de harde rock waarmee de groep in de jaren zeventig wereldberoemd werd. Maar The Book of Taliesyn laat een heel andere kant van de band horen. Dit tweede album verscheen eind 1968, toen Deep Purple nog in de zogenaamde Mark I-bezetting speelde met Rod Evans als zanger en Nick Simper op bas. Het album werd opgenomen slechts enkele maanden na het debuut Shades of Deep Purple en laat een groep horen die nog volop aan het zoeken is naar een eigen identiteit.
Het aardige aan dit album is dat het voelt als een momentopname van een band op een kruispunt. De bekende harde rock is nog niet volledig aanwezig, maar de kiemen ervan zijn wel duidelijk hoorbaar. Tegelijkertijd zijn er invloeden van psychedelische rock, progressieve rock en zelfs klassieke muziek. Vooral toetsenist Jon Lord drukt een stevig stempel op het geluid. Zijn orgel klinkt vaak even belangrijk als de gitaar van Ritchie Blackmore.
De titel van het album verwijst naar een oud Welsh manuscript dat verbonden is met de dichter Taliesin. Dat klinkt behoorlijk geleerd voor een rockplaat uit 1968, maar het past goed bij de sfeer van die tijd. Veel bands experimenteerden toen met mystiek, literatuur en lange muzikale uitstapjes. Deep Purple deed daar vrolijk aan mee.
Wanneer de plaat begint met Listen, Learn, Read On, lijkt het alsof de band de luisteraar direct een vriendelijke opdracht meegeeft: luister, leer en lees. Het nummer heeft nog iets van de psychedelische pop uit de jaren zestig, maar bevat ook al stevige instrumentale passages. Daarna volgt het instrumentale Hard Road, dat oorspronkelijk Wring That Neck heette. De Amerikaanse platenmaatschappij vond die titel te agressief en liet hem aanpassen.
Een opvallend kenmerk van The Book of Taliesyn is het grote aantal covers. Deep Purple nam nummers van andere artiesten en gaf daar een eigen draai aan. Kentucky Woman van Neil Diamond werd zelfs een bescheiden hit voor de groep in de Verenigde Staten. Ook de Beatles-klassieker We Can Work It Out krijgt een verrassende behandeling. Het begint herkenbaar, maar groeit uit tot iets dat veel avontuurlijker is dan het origineel.
Tussen de covers door staan eigen composities zoals Shield en Anthem. Vooral Anthem laat horen hoe ambitieus de groep toen al was. Het nummer bevat orkestrale invloeden en klassieke arrangementen. Het klinkt soms alsof een rockband en een kamerorkest samen een experiment uitvoeren. Niet alles werkt even soepel, maar juist dat maakt het interessant. Je hoort muzikanten die grenzen willen verleggen zonder precies te weten waar ze zullen uitkomen.
De absolute blikvanger van het album is voor veel luisteraars de ruim tien minuten durende versie van River Deep, Mountain High. Waar het origineel van Ike & Tina Turner vooral bekendstaat om zijn krachtige soulgeluid, maakt Deep Purple er een lange, uitgesponnen rocksuite van. Het nummer begint zelfs met een verwijzing naar klassieke muziek voordat de band losbarst. Dat soort lef kom je tegenwoordig minder vaak tegen. De groep lijkt hier simpelweg te denken: waarom zouden we een liedje van drie minuten spelen als het ook tien minuten kan duren?
Wat dit album achteraf zo boeiend maakt, is dat het eigenlijk tussen twee tijdperken in hangt. Het kijkt nog terug naar de psychedelische jaren zestig, maar wijst ook vooruit naar de hardrock die Deep Purple later zou definiëren. De bekende combinatie van Blackmores gitaar en Lords orgel begint hier steeds meer vorm te krijgen. Toch klinkt de muziek vaak zachter en kleurrijker dan op latere klassiekers als In Rock of Machine Head.
Commercieel was het album geen enorme doorbraak. In Amerika deed het redelijk mee in de hitlijsten, maar het succes van de eerdere single Hush werd niet geëvenaard. In Groot-Brittannië verscheen de plaat zelfs pas maanden later en kreeg zij weinig aandacht. Pas veel later gingen veel fans en critici het album waarderen als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de band.
Als ik naar The Book of Taliesyn luister, voelt het soms alsof ik een oude foto bekijk van een beroemde acteur voordat hij beroemd werd. Je herkent het gezicht meteen, maar er zijn nog trekken die later zouden verdwijnen en eigenschappen die nog verder ontwikkeld moesten worden. Juist daardoor heeft deze plaat haar eigen charme. Het is geen perfect album en ook niet de ultieme Deep Purple-plaat. Wel is het een fascinerend document van een band die onderweg is naar iets groots, zonder dat zelf nog helemaal te beseffen.
WAARDERING: 6,9