Dead Can Dance - Dead Can Dance (27-02-1984)
Het debuutalbum Dead Can Dance van Dead Can Dance voelt als een donkere reis door mistige landschappen, verlaten kerken en koude nachtelijke steden. Toen het album in 1984 verscheen via het label 4AD, wist waarschijnlijk nog niemand hoe invloedrijk de band later zou worden. Toch hoor je op deze plaat al duidelijk dat Lisa Gerrard en Brendan Perry geen gewone gothicband wilden zijn. Het album staat nog stevig in de postpunk- en darkwavewereld van begin jaren tachtig, maar tegelijk hoor je al de eerste stappen richting de mysterieuze en bijna spirituele muziek waarvoor Dead Can Dance later bekend werd.
Wat meteen opvalt, is hoe rauw en koud het album klinkt. De productie is sober en soms zelfs kaal. De drums klinken typisch jaren tachtig, de gitaren hangen vol echo en de baslijnen slepen de nummers langzaam vooruit. Sommige luisteraars zullen dat gedateerd vinden, maar juist dat oude geluid geeft het album karakter. Het voelt niet als een glad geproduceerde studioplaat, maar als een document van een band die experimenteert en zoekt naar een eigen identiteit.
De opening met “The Fatal Impact” zet direct de toon. Het nummer krijgt van mij een 7. Het klinkt donker en dreigend, maar ook een beetje zoekend. Je hoort al de typische sfeer van de band, al mist het nummer nog net de kracht van hun latere werk. Dat gevoel heb ik ook een beetje bij “Fortune”, eveneens goed voor een 7. Het nummer heeft een mooie melancholische sfeer, maar blijft minder hangen dan de sterkste momenten van het album.
Veel indrukwekkender vind ik “The Trial”, dat ik een 8 geef. Hier begint de muziek echt gewicht te krijgen. De combinatie van zware ritmes en mysterieuze zang werkt sterk. Toch is het vooral Lisa Gerrard die de plaat naar een hoger niveau tilt. Haar stem klinkt hier al hypnotiserend en bijna buitenaards. Op “Frontier”, dat voor mij een 9 krijgt, hoor je dat misschien wel het best. Haar zang is tegelijk krachtig, emotioneel en spookachtig mooi. Dit nummer laat horen waarom zoveel luisteraars haar stem als het hart van Dead Can Dance zien.
Het absolute hoogtepunt van het album is voor mij echter “Ocean”. Dat nummer krijgt zonder twijfel een 10. Alles klopt hier: de dreigende sfeer, de opbouw, de emotionele kracht en vooral de intense zang van Gerrard. Het nummer klinkt alsof het uit een andere wereld komt. Hier hoor je al duidelijk dat Dead Can Dance meer wilde zijn dan alleen een gothicband. De muziek krijgt iets ritueels en tijdloos.
Ook “East of Eden” hoort bij de sterkere nummers en krijgt van mij een 8. Het nummer heeft een mooie balans tussen duisternis en melodie. Dat geldt ook voor “Threshold” en “A Passage in Time”, die eveneens een 8 verdienen. Vooral Brendan Perry laat op die nummers horen dat hij goed is in het neerzetten van melancholische sferen. Zijn zang is misschien minder indrukwekkend dan die van Gerrard, maar hij brengt wel een aardse en menselijke kant in de muziek.
“Wild in the Woods” krijgt van mij een 7. Het nummer heeft sfeer genoeg, maar voelt nog iets te veel als een schets. Dat geldt eigenlijk voor meerdere nummers op het album. Soms klinkt het alsof de band ideeën aan het uitproberen is in plaats van volledig uitgewerkte composities te spelen. Toch heeft dat ook charme. Juist doordat het album wat onaf aanvoelt, hoor je een groep die zichzelf langzaam ontdekt.
Van de extra nummers springt “Carnival of Light” er voor mij uit met een 8. Ook “Flowers of the Sea” verdient een 8 vanwege de mysterieuze sfeer en sterke emotionele lading. “Musica Eternal” en “In Power We Entrust the Love Advocated” zijn degelijk en krijgen een 7, terwijl “The Arcane” met een 6 voor mij het minst interessante moment is. Dat nummer mist wat focus en blijft minder hangen dan de rest.
Wat deze plaat uiteindelijk bijzonder maakt, is niet perfectie maar sfeer. Vrijwel alle recensies op sites als Sputnikmusic en Rate Your Music benadrukken dat ook. Het album klinkt donker, koud en soms afstandelijk, maar tegelijk ook emotioneel en meeslepend. Je hoort een band die nog niet volledig gevormd is, maar wel al een heel eigen wereld creëert.
Binnen de latere discografie van Dead Can Dance is dit misschien niet hun absolute meesterwerk. Albums als Within the Realm of a Dying Sun en The Serpent’s Egg klinken grootser en volwassener. Toch heeft dit debuut een ruwe charme die die latere platen soms missen. Het voelt eerlijk, spontaan en mysterieus. Juist daardoor blijft Dead Can Dance meer dan veertig jaar later een fascinerende plaat voor liefhebbers van donkere en atmosferische muziek.
WAARDERING: 7,7