Deary - Birding (03-04-2026)

Het debuutalbum Birding van de Britse band Deary is zo’n plaat die niet meteen alles weggeeft. Het album vraagt rust, aandacht en een bepaalde stemming van de luisteraar. Wie verwacht dat de band direct met grote refreinen of opvallende hooks komt, zal misschien even moeten wennen. Maar wie zich langzaam laat meevoeren door de muziek ontdekt een album dat vol zit met sfeer, melancholie en emotionele details.

Voor mensen die Deary nog niet kennen, klinkt Birding als een moderne interpretatie van klassieke shoegaze en dreampop. Invloeden van Slowdive, Cocteau Twins en My Bloody Valentine zijn duidelijk hoorbaar, maar Deary probeert gelukkig niet om simpelweg het verleden te kopiëren. De groep gebruikt die oude stijlen vooral als basis om een eigen geluid neer te zetten. Dat geluid voelt warm, modern en soms bijna filmisch aan.

Het album opent met “Smile”, een nummer dat ik zelf een 7 geef. Het begint breekbaar en klein, met zachte gitaren en fluisterachtige zang van Rebecca “Dottie” Cockram. Langzaam groeit het nummer uit tot een brede muur van galmende gitaren. Meteen wordt duidelijk waar Deary sterk in is: spanning opbouwen zonder overdreven dramatisch te worden. Toch voelt “Smile” meer als een sfeervolle introductie dan als een echt hoogtepunt van de plaat.

Een kleint hoogtepunt volgt al snel met “Seabird”, dat ik waardeer met een 8. Dit nummer laat perfect horen waarom zoveel recensenten enthousiast zijn over Birding. De muziek voelt open en zwevend, alsof je langs een grijze kustlijn loopt terwijl alles langzaam voorbij drijft. De gitaren blijven constant bewegen, maar verliezen nooit hun melodie. De zang van Dottie blijft zacht en kwetsbaar, waardoor het nummer iets troostends krijgt. Het is makkelijk te begrijpen waarom “Seabird” vaak als eerste kennismaking met de band werd gekozen.

“Baby’s Breath” krijgt van mij zelfs een 9. Hier klinkt Deary op hun meest emotioneel zonder sentimenteel te worden. De combinatie van subtiele elektronica, warme gitaren en dromerige zang werkt bijna hypnotiserend. Het nummer heeft een rustige intensiteit die steeds dieper onder je huid kruipt naarmate het verdergaat. Dat geldt trouwens voor meerdere nummers op Birding: het album groeit echt bij herhaalde luisterbeurten.

“Gypsophila” krijgt een 8 en laat een meer ambientachtige kant van de band horen. Het nummer draait minder om structuur en meer om sfeer. Sommige luisteraars zullen dit misschien te zweverig vinden, maar binnen het album werkt het juist goed als rustpunt. “Blue Ribbon”, eveneens een 8, klinkt iets toegankelijker en melodischer. Hier hoor je goed hoe Deary klassieke shoegaze combineert met modernere indiepop.

Niet elk nummer haalt hetzelfde niveau. “Garden of Eden” krijgt van mij een 7. Het nummer klinkt mooi en past perfect binnen de sfeer van het album, maar mist net iets extra’s om echt te blijven hangen. Dat is eigenlijk de grootste kritiek die je op Birding kunt hebben: sommige tracks lopen wat in elkaar over. Deary kiest bewust voor een constante sfeer, maar daardoor ontbreekt af en toe een verrassende wending.

Daar tegenover staan weer sterke nummers als “Alma”, dat voor mij een 9 verdient. Dit is een van de meest melancholische momenten van het album. De zachte zang en langzame opbouw geven het nummer een bijna dromerige tristesse. Het voelt persoonlijk zonder expliciet te vertellen waar het precies over gaat. Juist die openheid maakt het krachtig.

“No Sweeter Feeling” krijgt een 8 en valt op door subtiele triphopinvloeden die doen denken aan Portishead. De ritmes zijn iets prominenter aanwezig, terwijl de gitaren als een mist over het nummer heen hangen. Daardoor krijgt het album op het juiste moment wat extra variatie.

“Terra Fable” is opnieuw een hoogtepunt en krijgt van mij een 9. Hier klinkt Deary bijna filmisch. De muziek bouwt langzaam op naar een meeslepende climax zonder ooit bombastisch te worden. Het nummer laat horen hoe goed de productie van Duncan Mills eigenlijk is. Alles klinkt groot en ruimtelijk, maar nooit rommelig.

Het absolute hoogtepunt van Birding is voor mij echter “Alfie”, eveneens een 9. Dit lange nummer bouwt langzaam spanning op en eindigt in een prachtige emotionele ontlading. Veel luisteraars noemen het terecht het hart van het album. De melancholie voelt oprecht en de opbouw is indrukwekkend zonder ingewikkeld te worden.

Het afsluitende titelnummer “Birding” krijgt een 8 en sluit het album passend af. Het voelt bijna alsof de muziek langzaam oplost in stilte. Daarmee eindigt de plaat precies zoals hij begon: dromerig, warm en melancholisch.

Birding is uiteindelijk geen album voor iedereen. Mensen die houden van snelle popsongs of veel afwisseling zullen het misschien te traag vinden. Maar voor liefhebbers van dreampop en shoegaze is dit een indrukwekkend debuut. Deary bewijst dat sfeervolle muziek niet leeg hoeft te zijn. Achter alle galm en zachtheid zit namelijk een album vol gevoel, detail en emotionele diepgang.

Waardering: 8,2