The Kinks - Kinks (02-10-1964)

Het debuutalbum Kinks van The Kinks voelt voor mij als een typische eerste stap van een band die nog volop aan het zoeken is. Het verscheen in 1964 en laat goed horen waar de groep vandaan komt. Tegelijk hoor ik ook al voorzichtig waar ze later naartoe zouden groeien. Dat maakt het album interessant, maar ook een beetje wisselvallig.

Wat meteen opvalt als ik luister, is de energie. Alles klinkt rauw, direct en soms zelfs wat rommelig. Dat komt deels door de productie van Shel Talmy, die het geluid vrij simpel en ongepolijst heeft gehouden., Voor mij werkt dat eigenlijk best goed. Het geeft het album een soort live-gevoel, alsof de band gewoon in één keer alles eruit gooit zonder veel opsmuk. Het album moest bovendien snel gemaakt worden om mee te liften op het succes van de single You Really Got Me

Dit is ook get absolute hoogtepunt van het album. Dit nummer springt er echt uit. De gitaar van Dave Davies klinkt hard en vervormd, en dat geeft het nummer een agressieve rand die in die tijd vrij nieuw was. Ik snap goed waarom veel mensen dit zien als een belangrijk moment in de rockgeschiedenis. Het is simpel, maar juist daardoor zo effectief. In mijn eigen waardering geef ik het een 7, vooral omdat het zo direct en herkenbaar is.

Toch merk ik dat het album daarna niet altijd hetzelfde niveau vasthoudt. Een groot deel van de plaat bestaat uit covers van rhythm & blues-nummers. Dat was in die tijd normaal, maar hier voelt het soms alsof de band nog niet helemaal weet wat ze ermee moeten. Nummers zoals “Beautiful Delilah” (6) en “Cadillac” (6) zijn best leuk, maar blijven niet echt hangen. Ze worden energiek gespeeld, maar voegen niet heel veel toe aan het origineel.

Aan de andere kant zitten er ook covers tussen die ik beter vind werken. “Too Much Monkey Business” (7) en “Got Love If You Want It” (7) hebben meer pit en voelen overtuigender. Daar hoor ik meer persoonlijkheid en durf. Hetzelfde geldt een beetje voor “Long Tall Shorty” (7), dat lekker snel en levendig klinkt.

Wat voor mij interessanter is, zijn de eigen nummers van Ray Davies. Daar hoor ik al een begin van zijn latere kwaliteiten als songwriter. “So Mystifying” (7) en “Stop Your Sobbing” (7) hebben iets meer melodie en gevoel. Ze zijn nog vrij simpel, maar wel pakkend. Ik krijg hier het idee dat Ray Davies al bezig is met een eigen stijl, ook al is die nog niet volledig ontwikkeld.

Toch blijft het album als geheel een beetje ongelijk. Sommige nummers, zoals “Revenge” (6) en “I’m a Lover Not a Fighter” (6), voelen voor mij meer als opvulling. Ze zijn niet slecht, maar ook niet bijzonder. Dat gevoel zie ik ook terug in veel meningen van luisteraars: het album klinkt meer als een verzameling losse nummers dan als een echt geheel.

Wat ik wel kan waarderen, is dat alles eerlijk klinkt. Het voelt niet gemaakt of overdreven gepolijst. De band speelt gewoon zoals ze op dat moment zijn: jong, energiek en een beetje ruw. Dat geeft het album een soort charme die je niet op elk debuut hoort.

Als ik het album in perspectief zet, dan begrijp ik ook waarom het vaak kritisch wordt bekeken. Latere albums van The Kinks, zoals The Kinks Are the Village Green Preservation Society, laten zien hoeveel beter en origineler ze later werden. Daardoor lijkt dit debuut misschien minder indrukwekkend dan het eigenlijk is.

Mijn conclusie is dat Kinks vooral een beginpunt is. Het heeft één echt sterk en invloedrijk nummer, een paar goede eigen songs en verder een mix van redelijke tot middelmatige tracks. Het is geen meesterwerk, maar wel een album met karakter. Juist die combinatie van sterke en zwakkere momenten maakt het interessant.

Als ik het geheel zou samenvatten, dan zie ik dit album als een ruwe schets van wat The Kinks later zouden worden. Nog niet uitgewerkt, nog niet perfect, maar wel vol energie en potentie. En soms is dat precies wat een debuut nodig heeft.

WAARDERING: 6,5