Talk Talk
het geluid tussen de noten
Sommige bands worden beroemd door steeds groter, luider en spectaculairder te worden. Talk Talk deed precies het tegenovergestelde. Dat maakt hun verhaal zo bijzonder.
Wie in de jaren tachtig de radio aanzette, kon zomaar een nummer als It's My Life of Such a Shame horen. Aanstekelijke popsongs, mooie refreinen, een vleugje synthesizer en een zanger met een herkenbare stem. Op het eerste gezicht leek Talk Talk gewoon een succesvolle Britse popgroep tussen alle andere bands van die tijd. Maar schijn bedriegt soms.
Het verhaal van Talk Talk doet mij altijd denken aan een wandelaar die een drukke snelweg verlaat om een stil bospad in te slaan. Eerst kijkt iedereen verbaasd achterom. Daarna merkt men dat die wandelaar misschien wel iets interessants heeft ontdekt.
De groep werd begin jaren tachtig opgericht rond zanger Mark Hollis. Hun eerste albums waren succesvol en leverden hits op. Dat succes gaf de band echter niet de behoefte om nog meer hits te maken. Integendeel. Hollis wilde steeds verder weg van de gewone popmuziek. Hij was gefascineerd door jazz, klassieke muziek en vooral door sfeer. Muziek hoefde volgens hem niet altijd direct of gemakkelijk te zijn.
Dat leidde in 1986 tot The Colour of Spring, een album waarop de synthesizers langzaam naar de achtergrond verdwenen. Het was alsof de band voorzichtig een deur opende naar een nieuwe wereld. Achter die deur lagen nog grotere verrassingen verborgen.
De mooiste anekdotes komen uit de tijd van Spirit of Eden uit 1988. De opnames verliepen allesbehalve normaal. De studio werd vaak verduisterd. Muzikanten kregen nauwelijks uitleg. Er werd urenlang geïmproviseerd. Daarna werd een groot deel van het opgenomen materiaal weer weggegooid. Dagen werk konden verdwijnen omdat Hollis vond dat het niet goed genoeg was. Voor buitenstaanders moet dat waanzin hebben geleken. Voor Hollis was het de enige manier om muziek te maken die echt leefde.
Een producer vertelde later dat er soms dagen werden besteed aan het zoeken naar precies de juiste klank van één instrument. Dat klinkt overdreven, maar als je naar de muziek luistert, begrijp je het beter. Alles lijkt op precies de juiste plek te staan. Alsof iedere noot eerst uitgebreid toestemming moest vragen voordat hij mocht klinken.
Het grappige is dat de platenmaatschappij daar minder enthousiast over was. Terwijl veel artiesten dromen van creatieve vrijheid, ontdekte Talk Talk dat vrijheid soms botst met commerciële verwachtingen. Spirit of Eden verkocht lang niet zo goed als de eerdere albums. Er ontstonden conflicten met EMI en uiteindelijk gingen band en platenmaatschappij uit elkaar.
Daarna volgde Laughing Stock uit 1991. Nog stiller. Nog avontuurlijker. Nog minder geïnteresseerd in hitparades. Tegen die tijd was Talk Talk eigenlijk geen gewone band meer. Het was eerder een klein collectief rond Mark Hollis en producer Tim Friese-Greene geworden. De muziek leek soms uit stilte te ontstaan en daar ook weer in terug te verdwijnen.
Wat mij altijd treft, is dat Talk Talk nooit probeerde modieus te zijn. Ze liepen niet achter trends aan. Sterker nog: vaak leek het alsof ze zich helemaal niets aantrokken van wat populair was. Pas jaren later ontdekten veel muzikanten hoe invloedrijk die laatste albums waren geweest. Bands uit de post-rock, ambient en alternatieve rock noemden Spirit of Eden en Laughing Stock als belangrijke inspiratiebronnen.
Mark Hollis zelf bleef een raadselachtige figuur. Waar veel artiesten genieten van aandacht, leek hij die juist te vermijden. Na zijn soloalbum uit 1998 trok hij zich vrijwel volledig terug uit de muziekwereld om meer tijd met zijn gezin door te brengen. Dat maakte hem voor veel fans alleen maar intrigerender.
Misschien ligt daar wel de grootste kracht van Talk Talk. Hun verhaal gaat niet over roem, schandalen of spectaculaire comebacktournees. Het gaat over iemand die bleef zoeken naar het geluid dat hij werkelijk wilde horen, zelfs als dat betekende dat minder mensen zouden luisteren.
En zo blijft Talk Talk een bijzondere verschijning in de muziekgeschiedenis. Een band die begon met hits voor de radio en eindigde met muziek die bijna fluistert. Soms lijkt het alsof hun belangrijkste instrument niet de gitaar, de piano of de drums was.
Soms was het gewoon de stilte.