The Cure - Seventeen Seconds (22-04-1980)
Sommige albums leer je pas waarderen na jaren luisteren. Andere albums maken direct indruk en blijven dat doen. Voor mij hoort Seventeen Seconds van The Cure duidelijk bij die tweede categorie. Ik hoorde het album voor het eerst in 1980, toen het net was verschenen. Er kwam in die tijd veel interessante muziek uit, maar deze plaat voelde meteen anders. Niet omdat de band luid of spectaculair klonk, maar juist omdat ze zoveel ruimte lieten vallen tussen de noten. Het was alsof The Cure liet zien dat stilte soms net zo belangrijk kan zijn als geluid.
Wat me toen direct greep was A Forest. Zodra die beroemde baslijn begon, wist ik dat dit iets bijzonders was. Meer dan veertig jaar later heb ik nog steeds hetzelfde gevoel wanneer ik het nummer hoor. Sommige liedjes slijten door de jaren heen een beetje. Bij A Forest lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Het nummer krijgt juist meer betekenis naarmate de tijd verstrijkt.
Als ik nu terugkijk, begrijp ik goed waarom zoveel recensenten op Sputnikmusic en andere muzieksites Seventeen Seconds beschouwen als het eerste echte Cure-album. Natuurlijk had de groep daarvoor al goede muziek gemaakt, maar hier viel alles op zijn plaats. Robert Smith kreeg meer artistieke vrijheid, Simon Gallup bracht zijn kenmerkende basgeluid mee en de muziek kreeg een donkere, mysterieuze sfeer die later het handelsmerk van de band zou worden.
Toch vind ik het mooi dat het album niet overdreven somber klinkt. Het wordt vaak omschreven als een donkere plaat, en dat klopt gedeeltelijk, maar ik hoor er ook iets rustgevends in. Het voelt als een wandeling door een verlaten stad op een late avond. De straten zijn stil, de lucht is koel en er is nergens haast. Je kijkt om je heen en laat je gedachten rustig voorbij drijven.
Dat gevoel begint al bij A Reflection. Het instrumentale openingsnummer zet meteen de toon. Er gebeurt niet veel, maar juist daardoor gebeurt er eigenlijk heel veel. De muziek nodigt uit om aandachtig te luisteren. Veel fans vinden het nog steeds een perfecte opening omdat het direct de sfeer van de hele plaat neerzet.
Daarna volgt Play For Today, misschien wel het meest directe nummer van het album. De bas trekt het lied vooruit terwijl de gitaar en toetsen een licht dreigende sfeer creëren. Het nummer laat horen dat The Cure hun postpunkwortels nog niet waren vergeten. Tegelijkertijd klinkt het al als de voorbode van wat later zou volgen op albums als Faith en Pornography.
Wat ik altijd bijzonder heb gevonden aan Seventeen Seconds is dat de plaat geen haast heeft. Nummers als Secrets, In Your House en Three bouwen hun sfeer langzaam op. Moderne albums proberen vaak elke seconde te vullen, maar The Cure durfde juist leegte te gebruiken. Volgens veel recensenten is dat een van de redenen waarom het album zo tijdloos klinkt. De muziek ademt. Ze geeft de luisteraar ruimte om zelf gedachten en herinneringen in te vullen.
Misschien verklaart dat ook waarom het album tegenwoordig zo'n nostalgisch gevoel bij mij oproept. Het brengt me terug naar een tijd waarin ik muziek nog ontdekte zonder internet, streamingdiensten of sociale media. Je kocht een plaat, zette hem op en luisterde aandachtig. Soms wekenlang. Seventeen Seconds hoort voor mij bij die periode. Niet omdat het mij aan één specifieke gebeurtenis herinnert, maar omdat het de sfeer van die jaren oproept.
Het middelpunt blijft natuurlijk A Forest. Op Reddit-discussies en beoordelingssites wordt het bijna altijd genoemd als het hoogtepunt van het album. Sommige luisteraars geven het zelfs bijna de maximale score. Dat verbaast me niet. Het nummer heeft iets hypnotiserends. De muziek lijkt voortdurend ergens naartoe te gaan, terwijl je eigenlijk nooit aankomt. Juist die spanning maakt het zo aantrekkelijk.
Na A Forest volgen nog sterke nummers als M en At Night. Dat zijn misschien geen grote hits geworden, maar ze versterken wel het gevoel dat het album één samenhangend geheel vormt. Veel fans noemen juist die constante sfeer een van de grootste kwaliteiten van de plaat. Zelfs wanneer de nummers op elkaar lijken, werkt dat in het voordeel van het album. Het voelt als één lange nachtelijke droom.
Het afsluitende titelnummer Seventeen Seconds eindigt bijna geruisloos. Geen groot slotstuk, geen dramatische finale. Het album verdwijnt langzaam in de stilte waaruit het ooit leek te ontstaan. Dat past perfect bij de muziek. De plaat vraagt geen applaus. Ze neemt gewoon afscheid.
Misschien is dat ook waarom ik steeds weer naar dit album terugkeer, al gebeurt dat eerlijk gezegd minder vaak dan ik zou willen. Iedere keer wanneer ik het opnieuw draai, vraag ik me af waarom ik het zo lang heb laten liggen. De muziek heeft niets van haar kracht verloren. Sterker nog, de jaren lijken haar alleen maar meer diepte te hebben gegeven.
Seventeen Seconds was voor mij in 1980 meteen een sterk album. Meer dan vier decennia later denk ik daar nog precies hetzelfde over. Het is geen plaat die schreeuwt om aandacht. Het is eerder een oude vriend die rustig naast je komt zitten en na al die jaren nog steeds een goed verhaal blijkt te hebben.
WAARDERING: 7,8