Lou Reed - Lou Reed (05-1972)

een rustige eerste stap van een groot artiest

Dit is het schoolvoorbeeld van een album dat niet meteen probeert indruk te maken. Geen grote gebaren, geen spectaculaire solo’s en geen poging om de wereld te veranderen. Het debuutalbum Lou Reed uit 1972 voelt voor mij precies zo. Het is een plaat die rustig binnenwandelt, een stoel pakt en begint te vertellen. Niet schreeuwend, maar pratend.

Toen ik het album voor het eerst hoorde, moest ik even wennen. Ik kende natuurlijk al wat recentere albums en de verhalen over Lou Reed. De man van The Velvet Underground. De artiest die later succes zou krijgen met Transformer. Daardoor verwacht je misschien vuurwerk. Maar dit album doet iets anders. Het neemt de tijd.

Wat meteen opvalt, is dat de meeste nummers helemaal niet klinken alsof ze zijn geschreven om hits te worden. Ze voelen eerder als kleine verhalen. Lou Reed kijkt naar mensen, situaties en gevoelens zoals een schrijver dat doet. Hij vertelt zonder veel versiering. Juist daardoor blijven de liedjes hangen.

Veel recensenten hebben later geschreven dat dit album een zoekende indruk maakt. Dat begrijp ik wel. Lou Reed was net begonnen aan zijn solocarrière en leek nog niet precies te weten welke kant hij op wilde. Maar eerlijk gezegd vind ik dat juist aantrekkelijk. Het geeft de plaat iets menselijks. Niet alles hoeft vanaf de eerste seconde perfect te zijn.

Mijn eigen waarderingen laten ook zien dat ik het album vooral waardeer om zijn constante kwaliteit. Er staan geen enorme uitschieters op, maar ook nauwelijks zwakke momenten. De meeste nummers krijgen van mij een keurige zeven. Dat maakt het album misschien minder spectaculair dan sommige latere klassiekers, maar wel prettig om van begin tot eind te beluisteren.

De opening met I Can't Stand It zet meteen de toon. Het nummer heeft energie zonder gehaast te klinken. Daarna volgen Going Down en Walk and Talk It, twee liedjes die lekker voortkabbelen. Ze proberen niet slim of ingewikkeld te zijn. Soms is dat precies wat muziek nodig heeft.

Lisa Says is zo’n nummer dat langzaam groeit. De eerste keer hoor ik gewoon een goed liedje. De tweede keer begin ik de sfeer meer te waarderen. De derde keer merk ik dat het nummer eigenlijk al die tijd in mijn hoofd is blijven hangen. Dat zijn vaak de beste liedjes: niet de nummers die direct op tafel springen, maar degene die ongemerkt blijven zitten.

Een bijzonder moment is Berlin. Wie Lou Reeds latere carrière kent, weet dat deze song nog een grote toekomst voor zich had. Hier klinkt het nummer nog relatief eenvoudig. Een soort schets van iets dat later groter zou worden. Toch heeft juist deze versie een bepaalde charme. Alsof je een schilderij ziet voordat alle kleuren zijn ingevuld.

Van de nummers die ik het hoogst waardeer, springt I Love You eruit. Het lied heeft iets warmers dan veel andere songs op de plaat. Het klinkt ontspannen en natuurlijk. Hetzelfde geldt voor Wild Child, een nummer dat door veel luisteraars wordt gezien als een van de hoogtepunten van het album. Lou Reed laat hier horen hoe goed hij gewone observaties kan omzetten in muziek.

Wat ik grappig vind, is dat op de achtergrond enkele muzikanten meespelen die later bekend zouden worden door de progressieve rockband Yes. Dat klinkt als een combinatie die op papier niet logisch lijkt. Alsof iemand pindakaas en slagroom wil combineren. Toch werkt het meestal verrassend goed. Soms hoor je wel dat de productie iets netter is dan Lou Reed eigenlijk nodig heeft, maar de songs blijven overeind.

Tegen het einde van het album komen voor mij de mooiste momenten. Ride Into the Sun heeft iets hoopvols. Geen overdreven optimisme, maar een rustig soort vertrouwen. Alsof iemand na een lange dag nog even naar de horizon kijkt.

En dan is er natuurlijk Ocean. Dat nummer krijgt van mij een acht en dat is niet toevallig. Het heeft een open sfeer die veel andere liedjes op de plaat niet hebben. Terwijl sommige nummers dicht bij de straat blijven, lijkt Ocean juist ruimte te creëren. Het voelt alsof de muziek ineens verder kijkt dan de stad en de gebouwen. Een prachtig slot van een album dat nooit zijn kalmte verliest.

Wat mij uiteindelijk het meest aanspreekt aan Lou Reed is dat het geen plaat is die voortdurend aandacht opeist. Het is een album dat vertrouwen heeft in zijn eigen liedjes. Veel recensenten vonden destijds dat Lou Reed zijn definitieve sologeluid nog niet had gevonden. Daar zit zeker iets in. Maar ik hoor vooral een artiest die zijn eerste stappen zet zonder zich te haasten.

Misschien is dat wel de grootste kwaliteit van deze plaat. Ze voelt eerlijk. Je hoort geen ster die zijn succes probeert te bewijzen. Je hoort een muzikant die goede nummers heeft geschreven en die ze gewoon wil laten horen.

Met mijn gemiddelde beoordeling van ruim een zeven is Lou Reed voor mij geen meesterwerk, maar wel een album waar ik graag naar terugkeer. Niet vanwege de sensatie, maar vanwege de sfeer. En soms is dat precies wat een goede plaat nodig heeft.

WAARDERING: 7,3