Japandroids - Post-Nothing (28-04-2009)
Toen Japandroids in 2009 het album Post-Nothing uitbracht, had bijna niemand kunnen voorspellen dat het zo'n belangrijke plaat zou worden binnen de indierock/noiserock. Misschien nog wel het meest verrassende is dat Brian King en David Prowse zelf nauwelijks rekenden op een doorbraak. Ze waren al jaren bezig, speelden in kleine zalen en hadden het gevoel dat hun band niet echt van de grond kwam. Sterker nog, ze dachten er serieus over om na deze plaat te stoppen. Achteraf is dat een van de mooiste anekdotes rond het album. Wat bedoeld was als een laatste poging, werd juist het begin van iets veel groters.
Dat hoor ik eigenlijk ook terug in de muziek. Er zit geen berekening in. Geen nummers die gemaakt lijken om op de radio te komen en geen overdreven ingewikkelde arrangementen. Alles klinkt alsof twee vrienden de volumeknop helemaal hebben opengedraaid en besloten hebben om hun hart te luchten. Juist daardoor voelt Post-Nothing nog altijd fris.
De bezetting is opvallend eenvoudig. Brian King speelt gitaar en zingt, David Prowse zit achter het drumstel en verzorgt ook zang. Meer is er niet. Toch mis ik tijdens het luisteren zelden een basgitaar of extra instrumenten. De gitaar klinkt breed genoeg om de ruimte te vullen en de drums geven de muziek een enorme stuwende kracht. Het resultaat is een muur van geluid die veel groter klinkt dan je van twee muzikanten zou verwachten.
De opening met The Boys Are Leaving Town zet meteen de toon. Het nummer bruist van energie en voelt als een vertrek zonder precies te weten waar de reis naartoe gaat. De melodie blijft hangen en de combinatie van schreeuwende zang en vrolijke gitaar geeft het nummer iets uitbundigs. Het is een sterke binnenkomer die duidelijk maakt dat Japandroids geen tijd wil verspillen.
Daarna volgt Young Hearts Spark Fire, misschien wel het bekendste nummer van de plaat. De titel alleen al straalt optimisme uit. Het lied gaat niet zozeer over helden of grote prestaties, maar over de kracht van enthousiasme. De muziek nodigt bijna vanzelf uit om mee te zingen, ook al ken je de tekst niet helemaal. Dat is een kwaliteit die lang niet iedere band bezit.
Wet Hair klinkt iets rommeliger, maar juist dat past goed bij de sfeer van het album. Alsof de band bewust kiest voor spontaniteit boven perfectie. Het nummer heeft iets onbezorgds en doet denken aan lange zomernachten waarin niemand zich druk maakt over de volgende ochtend.
Met Rockers East Vancouver brengen Brian King en David Prowse een soort liefdesbrief aan hun eigen omgeving. Ze bezingen geen wereldsteden of verre reizen, maar hun eigen buurt. Dat geeft het nummer iets persoonlijks. Je merkt dat ze trots zijn op de plek waar ze vandaan komen, zonder daar overdreven sentimenteel over te worden.
Heart Sweats laat horen dat Japandroids meer kan dan alleen hard spelen. Onder alle gitaren en drums schuilt ook kwetsbaarheid. Het nummer blijft stevig, maar heeft tegelijk een emotionele onderlaag. Dat contrast maakt het interessant.
Het korte Crazy/Forever voelt bijna als een adempauze, al betekent dat bij Japandroids nog steeds flink wat volume. De band lijkt voortdurend vooruit te willen. Stilzitten is geen optie.
Een van mijn favoriete momenten is Sovereignty. Hier hoor ik goed waarom zoveel liefhebbers juist deze plaat zijn blijven koesteren. De melodieën zijn sterk, de gitaar klinkt fel en de zang is oprecht. Misschien niet technisch perfect, maar wel geloofwaardig. Ik heb liever een stem die iets te hard schreeuwt dan een stem die geen gevoel oproept.
Afsluiter I Quit Girls heeft een titel die nieuwsgierig maakt. Muzikaal is het opnieuw een energieke uitbarsting waarin punk en indierock elkaar ontmoeten. Toch zit er ook humor in. Japandroids neemt zichzelf nergens overdreven serieus en dat maakt het album prettig om naar te luisteren.
Inmiddels zijn we 17 jaar later en het is bijzonder dat de plaat nauwelijks verouderd klinkt. Natuurlijk hoor ik dat het een product is van het einde van de jaren 2000, maar de energie voelt nog steeds actueel. Goede rockmuziek heeft blijkbaar geen ingewikkelde trucs nodig. Een sterke melodie, overtuiging en enthousiasme blijken voldoende.
De productie draagt daar ook aan bij. Alles klinkt direct en levendig. Ik krijg regelmatig het gevoel dat de band gewoon in dezelfde ruimte staat te spelen. Er zit gevoelsmatig weinig afstand tussen muzikanten en luisteraar. Dat maakt de ervaring intiem, ondanks het hoge volume.
Als ik een klein kritiekpunt moet noemen, dan is het dat de nummers qua aanpak soms dicht bij elkaar liggen. Vrijwel alles wordt met dezelfde enorme intensiteit gespeeld. Daardoor verlang ik af en toe naar een rustiger moment. Tegelijkertijd is dat ook precies de identiteit van Post-Nothing. Japandroids kiest bewust voor vaart en laat nauwelijks gas los. Wie daar eenmaal in meegaat, ervaart het album als één lange uitbarsting van levenslust.
Voor mij is Post-Nothing een album dat de jeugd viert zonder kinderachtig te worden. Het herinnert eraan dat vriendschap, harde gitaren en een avond waarop alles mogelijk lijkt, soms genoeg zijn om onvergetelijke muziek te maken. Dat is misschien geen wereldschokkende boodschap, maar wel een boodschap die na al die jaren nog altijd optimistisch klinkt.
WAARDERING: 8,1