Elbow - Asleep in the Back (07-05-2001)
Debuutalbums klinken meestal alsof een band nog aan het zoeken is. Asleep in the Back van Elbow klinkt juist alsof de zoektocht al bijna achter de rug is. Toen het album in 2001 verscheen, leek het voor veel luisteraars alsof er ineens een nieuwe Britse band was opgedoken. In werkelijkheid waren de vijf muzikanten uit de omgeving van Manchester al meer dan tien jaar bezig om hun geluid te ontwikkelen. Dat lange voorwerk hoor je terug in vrijwel elke noot van deze plaat.
Ik herinner me nog dat ik het album voor het eerst opzette. De Britse muziekwereld zat toen vol bands die probeerden grote hits te schrijven. Elbow deed iets anders. De groep leek geen haast te hebben. De nummers wandelen rustig vooruit. Ze bouwen langzaam spanning op. Soms gebeurt er minutenlang weinig en juist daardoor krijgen de hoogtepunten extra kracht. Dat is een kwaliteit die door veel recensenten werd geprezen, al vonden anderen, waaronder ook ik de muziek juist wat te traag.
Vanaf opener Any Day Now wordt duidelijk dat dit geen verzameling losse nummers is. Het album voeltals één geheel. De sfeer is belangrijker dan de hitgevoeligheid. De muziek zweeft ergens tussen alternatieve rock, artrock en dromerige pop. Regelmatig duiken piano's, subtiele toetsen en sfeervolle gitaren op. Daarboven hangt de warme stem van Guy Garvey, die al vroeg het gezicht van de band werd.
Wat veel luisteraars aanspreekt, is de menselijke kant van de plaat. De teksten gaan niet over spectaculaire avonturen of grootse rock-'n-rollverhalen. Ze gaan over gewone mensen, relaties, twijfels, herinneringen en moeilijke momenten. Daardoor voelt Asleep in the Back opvallend volwassen voor een debuutalbum. Verschillende recensenten merkten op dat Elbow onderwerpen aansnijdt zoals verlies, verslaving en persoonlijke veranderingen zonder melodramatisch te worden.
Het album bevat geen nummers die direct naar je toe springen met een groot refrein. In plaats daarvan ontvouwen de liedjes zich langzaam. Dat geldt bijvoorbeeld voor Little Beast en Powder Blue. Bij een eerste luisterbeurt lijken ze misschien bescheiden. Pas na meerdere draaibeurten vallen de details op: een onverwachte melodie, een mooi arrangement of een subtiele verandering in de sfeer. Juist dat terugkerende element zie je vaak terug in reacties van fans. Veel mensen schrijven dat het album groeide naarmate ze het vaker luisterden.
Het bekendste nummer van de plaat is waarschijnlijk Newborn. Dat lied wordt door veel liefhebbers gezien als een van de hoogtepunten uit de vroege periode van Elbow. Ook voor mij een favoriete track op het album. Het begint relatief rustig maar groeit langzaam uit tot een indrukwekkende climax. Zelfs recensenten die niet volledig overtuigd waren van het album, noemen vaak juist dit nummer als een van de sterkste momenten.
Toch draait Asleep in the Back niet alleen om grote momenten. De kracht zit juist in de tussenstukken. Het album voelt soms als een wandeling door een verlaten stad op een rustige avond. Niet somber, maar wel nadenkend. De muziek laat ruimte voor stilte en reflectie. Dat is misschien ook de reden waarom de plaat vandaag nog steeds fris klinkt. Elbow probeerde niet mee te gaan met een trend die een paar jaar later alweer verdwenen zou zijn. De groep koos voor een eigen geluid.
De ontvangst was destijds opvallend positief. Het album werd genomineerd voor de Mercury Prize en kreeg sterke beoordelingen van veel muziekbladen. Op recensiesites en muziekfora wordt het nog steeds vaak genoemd als een van de betere Britse debuutalbums van zijn tijd. Tegelijkertijd zijn er ook luisteraars die meer houden van het latere werk van Elbow, waarin de band soms toegankelijker en grootser klonk.
Dat laatste geldt ook voor mij. Albums als The Seldom Seen Kid bevatten meer directe melodieën en grotere publieksfavorieten. Vergeleken daarmee voelt Asleep in the Back soms als een album dat bewust afstand houdt. Het vraagt geduld van de luisteraar. Maar juist daarin schuilt ook de charme. Dit is geen plaat die alles meteen weggeeft.
Ruim twintig jaar later wordt Asleep in the Back nog vaak omschreven als een album dat de basis legde voor alles wat Elbow later zou bereiken. Veel kenmerken van de latere successen zijn hier al aanwezig: de warme productie, de aandacht voor sfeer, de gelaagde arrangementen en de unieke stem van Guy Garvey. Alleen klinkt alles nog iets ruwer en minder gepolijst.
Misschien is dat uiteindelijk de mooiste eigenschap van deze plaat. Asleep in the Back voelt niet als een band die probeert indruk te maken. Het voelt als vijf muzikanten die jarenlang hebben gewerkt aan een verzameling liedjes waarin ze echt geloofden. Het resultaat is een album dat niet schreeuwt om aandacht, maar dat luisteraars langzaam naar zich toe trekt. En vaak blijken juist dat de platen te zijn die het langst blijven hangen.
WAARDERING: 7,0