Deep Purple - Shades of Deep Purple (09-1968)

Wanneer ik naar Shades of Deep Purple luister, hoor ik vooral een band die aan het begin van een lange reis staat. Dit is duidelijk een debuutalbum. Deep Purple heeft hier nog niet het herkenbare hardrockgeluid ontwikkeld waarmee de groep later wereldberoemd wordt. Toch vind ik dat juist een van de aantrekkelijke kanten van deze plaat. Ik luister naar muzikanten die experimenteren, verschillende stijlen uitproberen en stap voor stap ontdekken waar hun grootste kracht ligt. Dat maakt het album misschien minder consistent dan latere klassiekers, maar zeker niet minder interessant.

De plaat opent met "And the Address", waarvoor ik een 7 geef. Het instrumentale karakter van dit nummer spreekt mij direct aan. Ik hoor een band die technisch al veel in huis heeft. Vooral het samenspel tussen het orgel van Jon Lord en de gitaar van Ritchie Blackmore valt meteen op. Het nummer heeft misschien niet de sterkste melodie van het album, maar het zet wel direct een avontuurlijke sfeer neer. Als opening werkt het uitstekend, omdat het nieuwsgierig maakt naar wat er nog gaat komen.

Daarna volgt "Hush", dat voor mij terecht een van de hoogtepunten van het album is. Mijn waardering van 8 komt vooral door de energie die van het nummer afspat. Het refrein blijft hangen en de uitvoering klinkt enthousiast en overtuigend. Ik begrijp goed waarom dit nummer destijds een hit werd. Hoewel het nog niet het zware Deep Purple-geluid bevat dat later zou ontstaan, hoor ik hier wel een band die weet hoe ze een pakkend rocknummer moet brengen.

Met "One More Rainy Day" blijft het niveau ruim voldoende. Ik geef dit nummer een 7. Het lied heeft een prettige sfeer en laat horen dat de groep niet alleen stevige muziek wil maken, maar ook aandacht heeft voor melodie. Het nummer mist misschien wat spanning om echt boven de middenmoot uit te stijgen, maar ik luister er met plezier naar. Het past goed binnen de kleurrijke psychedelische sfeer van het album.

Ook "Prelude: Happiness / I'm So Glad" krijgt van mij een 7. Hier hoor ik opnieuw hoe veelzijdig de band eigenlijk al is. De overgang tussen verschillende muzikale ideeën werkt goed en Jon Lord krijgt opnieuw de kans om zijn kwaliteiten te tonen. Het nummer voelt soms een beetje alsof de band veel ideeën tegelijk wil verwerken, maar dat past eigenlijk wel bij een groep die nog volop aan het ontdekken is welke richting ze op wil.

"Mandrake Root" is misschien wel het meest ambitieuze nummer van de plaat. Ook hiervoor geef ik een 7. Ik begrijp waarom veel fans dit nummer waarderen. De lange instrumentale passages laten zien hoeveel talent er in de band aanwezig is. Vooral tijdens de meer improviserende stukken hoor ik al iets van het Deep Purple dat later zou uitgroeien tot een van de beste livebands van zijn tijd. Tegelijkertijd merk ik dat het nummer af en toe wat focus mist. De ambitie is groot, maar niet alle ideeën zijn even sterk uitgewerkt.

De grootste tegenvaller van het album is voor mij "Help!", waarvoor ik een 6 geef. Het origineel van The Beatles is natuurlijk een lastig nummer om naar je eigen hand te zetten. Deep Purple probeert er iets nieuws van te maken, maar voor mij werkt dat niet helemaal. Het tempo en de sfeer voelen wat geforceerd aan. Ik waardeer de poging om iets anders te doen, maar het resultaat overtuigt mij minder dan de meeste andere nummers op het album. Hier hoor ik een jonge band die experimenteert, maar nog niet altijd de juiste keuzes maakt.

Ook "Love Help Me" krijgt van mij een 6. Het nummer is zeker niet slecht, maar het blijft minder hangen dan de sterkere momenten op de plaat. Ik luister er zonder problemen naar, maar zodra het afgelopen is, blijft er weinig echt memorabels achter. Op een album dat toch al zoekt naar een duidelijke identiteit valt zo'n nummer wat sneller weg tussen de rest.

Gelukkig sluit de plaat sterk af met "Hey Joe", waarvoor ik een 7 geef. Van de twee grote covers op het album vind ik deze duidelijk beter geslaagd dan "Help!". Deep Purple weet hier meer een eigen sfeer neer te zetten. De uitvoering klinkt ontspannen en zelfverzekerd. Het nummer past goed bij de rest van het album en laat horen dat de groep wel degelijk in staat is om bestaand materiaal een eigen gezicht te geven.

Wat ik vooral waardeer aan Shades of Deep Purple is de oprechtheid die uit de muziek spreekt. Dit is geen album van een band die precies weet wat ze wil zijn. Integendeel, ik hoor een groep die verschillende muzikale paden verkent. Soms werkt dat uitstekend, soms wat minder. Maar juist die zoektocht geeft het album karakter. Het voelt als een momentopname van vijf getalenteerde muzikanten die hun mogelijkheden aan het ontdekken zijn.

De grote ster van het album is voor mij Jon Lord. Zijn orgelspel geeft veel nummers een eigen identiteit. Daarnaast hoor ik in het gitaarwerk van Ritchie Blackmore al de klasse die hem later tot een legendarische gitarist maakt. Ook drummer Ian Paice laat regelmatig horen waarom hij jarenlang een belangrijk onderdeel van Deep Purple zou blijven.

Als geheel vind ik Shades of Deep Purple een geslaagd debuut. Het album heeft zeker zijn tekortkomingen. De richting is nog niet altijd duidelijk, sommige nummers zijn sterker dan andere en niet elk experiment slaagt volledig. Toch wegen de positieve punten voor mij zwaarder. De plaat bevat energie, muzikaliteit en genoeg interessante ideeën om van begin tot eind boeiend te blijven.

Met een gemiddelde waardering van ongeveer een 7 kom ik uiteindelijk uit op een album dat misschien nog niet tot de absolute klassiekers van Deep Purple behoort, maar wel een belangrijk en plezierig luisterwerk is. Ik hoor hier het begin van iets groots. Juist omdat de band nog zoekende is, krijgt deze plaat een charme die de latere, meer uitgewerkte albums niet altijd hebben. Daarom luister ik met veel plezier naar Shades of Deep Purple en zie ik het als een veelbelovend startpunt van een indrukwekkende carrière.

WAARDERING: 6,9