Japandroids

De Canadese band Japandroids is zo'n groep die bewijst dat je met weinig middelen veel kunt bereiken. Geen groot orkest, geen ingewikkelde toetsenpartijen en ook geen stapels gitaren. Alleen een gitaar, een drumstel en twee muzikanten die spelen alsof ze bang zijn dat de stroom ieder moment uitvalt. Het is een aanpak die simpel klinkt, maar verrassend veel energie oplevert.

Het verhaal begint in Vancouver, waar gitarist en zanger Brian King en drummer David Prowse elkaar leren kennen. Ze delen een liefde voor harde gitaarmuziek, maar ook voor melodieën die blijven hangen. Hun eerste bandjes verdwijnen geruisloos, maar wanneer ze samen verdergaan onder de naam Japandroids gebeurt er iets bijzonders. De naam klinkt futuristisch, maar de muziek voelt juist heel menselijk. Rauw, eerlijk en zonder opsmuk.

In de begintijd spelen ze vooral in kleine cafés en zaaltjes. Vaak staan er meer vrienden dan onbekenden in het publiek. Toch geven ze zich iedere avond volledig. Dat is misschien wel het mooiste aan hun verhaal. Ze spelen niet alsof ze al beroemd zijn, maar alsof ieder optreden hun laatste kans is. Die instelling hoor je terug in hun muziek. Er zit een soort haast in, alsof ieder refrein nú gezongen moet worden.

Een leuke anekdote is dat de band ooit serieus overwoog om ermee te stoppen. Ze hadden het gevoel dat niemand echt op hen zat te wachten. Nog één plaat zouden ze maken en daarna zou het avontuur voorbij zijn. Die plaat werd Post-Nothing uit 2009. Tot hun eigen verbazing werd juist dat album enthousiast ontvangen door muziekbladen en liefhebbers van indierock. Wat bedoeld was als een afscheid, bleek juist het begin van hun echte doorbraak. Het laat zien hoe grillig muziek kan zijn. Soms staat succes precies achter de deur die je bijna dichttrekt.

Wie Japandroids voor het eerst hoort, merkt meteen dat het geen perfecte studioband wil zijn. De gitaren schuren, de zang is niet altijd loepzuiver en de drums klinken alsof ze elk moment door het plafond kunnen breken. Toch zit daar juist de charme. Alles voelt echt. Je hoort geen muzikanten die hun fouten verbergen, maar mensen die plezier hebben in het maken van lawaai.

Hun teksten gaan vaak over vriendschap, jong zijn, nachten die eindeloos lijken en het gevoel dat je de wereld aankunt zolang de muziek hard genoeg staat. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar juist daardoor spreken de nummers veel mensen aan. Vrijwel iedereen kent wel het gevoel dat een avond met vrienden veel belangrijker is dan alle plannen voor morgen.

Na hun succesvolle debuut volgt Celebration Rock in 2012. Alleen de titel zegt eigenlijk al genoeg. Het album voelt als een ode aan het leven. Niet omdat alles perfect is, maar omdat er altijd een reden is om iets te vieren. Vuurwerk opent de plaat, alsof de luisteraar meteen een feest binnenloopt. Toch zit er onder al die energie ook melancholie. Feesten duren immers nooit eeuwig. Misschien maakt juist die combinatie de muziek zo aantrekkelijk.

Na een paar jaar stilte verschijnt Near to the Wild Heart of Life. De band klinkt iets volwassener, zonder haar enthousiasme te verliezen. De grote dromen van de twintigers maken langzaam plaats voor vragen over ouder worden en veranderingen. Dat gebeurt zonder zwaar of somber te worden. Japandroids blijft vooral een band die vooruit wil kijken.

Wat mij aanspreekt aan Japandroids is dat de groep nooit probeert groter te lijken dan ze is. Er is geen ingewikkeld imago en geen mysterieuze uitstraling. Brian King en David Prowse ogen vooral als twee vrienden die toevallig heel goed samen muziek kunnen maken. Dat maakt hun optredens toegankelijk. Je hebt niet het gevoel naar onbereikbare sterren te kijken, maar naar mensen die net zoveel plezier beleven aan een goed refrein als het publiek.

De invloed van Japandroids is groter dan je misschien zou verwachten. Veel jonge gitaarbands ontdekten dat je geen uitgebreide bezetting nodig hebt om een zaal op zijn kop te zetten. Een sterke melodie, een flinke dosis overtuiging en een paar versterkers kunnen soms genoeg zijn. Dat idee leeft nog altijd voort in de indierock.

In 2024 kondigde de band aan dat het avontuur ten einde zou komen. Niet na ruzie of een schandaal, maar omdat beide muzikanten vonden dat het verhaal compleet was. Dat voelde ergens passend. Japandroids is altijd een band geweest die haar eigen weg volgde. Liever stoppen op een moment dat de inspiratie nog voelbaar is dan langzaam uit elkaar vallen.

Als ik terugkijk op hun geschiedenis, zie ik vooral een band die bewijst dat enthousiasme besmettelijk kan zijn. Hun muziek draait niet om technische perfectie, maar om het gevoel dat je krijgt wanneer een gitaarakkoord precies op het juiste moment binnenkomt. Japandroids laat horen dat twee mensen genoeg kunnen zijn om een muur van geluid te bouwen. En misschien is dat wel hun grootste nalatenschap: laten zien dat oprechtheid soms veel harder binnenkomt dan perfectie.

Albums: