The Cure
The Cure is zo'n band die bijna iedereen wel eens heeft gehoord, zelfs als je denkt dat je ze niet kent. Misschien hoor je ineens een bekend refrein op de radio, of zie je een oude videoclip waarin een man met wild haar en rode lippenstift naar de camera staart. Die man is Robert Smith, het gezicht van The Cure en al ruim veertig jaar het kloppende hart van de groep.
Het verhaal van The Cure begint eind jaren zeventig in het Engelse plaatsje Crawley. Dat klinkt niet bepaald als de meest spannende plek op aarde. Toch ontstond daar een band die later miljoenen platen zou verkopen. In het begin speelde de groep eenvoudige, wat nerveuze postpunk. De muziek was hoekig, sober en soms zelfs een beetje somber. Maar juist dat gaf de band een eigen gezicht.
Wat The Cure bijzonder maakt, is dat ze nooit lang op dezelfde plek bleven staan. Veel bands vinden een formule en blijven die herhalen. The Cure deed vaak het tegenovergestelde. Na een donker album volgde soms een vrolijker plaat. Na een reeks zware nummers kwam ineens een aanstekelijke pophit. Daardoor wist niemand ooit precies wat er zou komen.
Een mooi voorbeeld daarvan zijn nummers als "Boys Don't Cry" en "Friday I'm in Love". Het eerste lied is energiek en een beetje melancholisch. Het tweede klinkt alsof de zon eindelijk door de wolken breekt na een lange regenperiode. Toch zijn beide onmiskenbaar The Cure. Dat is misschien wel hun grootste talent: verschillende stijlen combineren zonder hun eigen identiteit kwijt te raken.
Robert Smith speelde daarbij een hoofdrol. Zijn uiterlijk werd bijna net zo beroemd als zijn muziek. Het verwarde zwarte haar, de donkere oogmake-up en de felrode lippenstift maakten hem tot een opvallende verschijning. Toch was hij nooit het type rockster dat voortdurend de aandacht opeiste. In interviews kwam hij vaak over als vriendelijk, wat verlegen en soms zelfs verbaasd over zijn eigen succes.
Door de jaren heen veranderde de bezetting van The Cure regelmatig. Muzikanten kwamen en gingen, maar Smith bleef het middelpunt. Dat leverde soms spanningen op, maar gaf de band ook nieuwe ideeën. Het is bijna een klein wonder dat The Cure ondanks alle veranderingen zo herkenbaar bleef klinken.
Wat veel fans aanspreekt, is de manier waarop de band gevoelens weet te vangen. Verdriet, verlangen, liefde, eenzaamheid en hoop lopen als een rode draad door hun muziek. Toch voelt het zelden zwaar of deprimerend. Er zit vaak iets menselijks en herkenbaars in. Alsof de nummers zeggen: het leven is soms ingewikkeld, maar je bent niet de enige die dat merkt.
Een leuke anekdote is dat Robert Smith ooit werd gevraagd om gitarist te worden bij de beroemde band Siouxsie and the Banshees. Hij speelde zelfs een tijd met hen mee. Voor veel muzikanten zou dat al een hoogtepunt zijn geweest, maar Smith gebruikte die ervaring vooral om zijn eigen band verder te ontwikkelen. Uiteindelijk kwam hij steeds weer terug bij The Cure.
In de jaren tachtig en negentig groeide de groep uit tot een van de grootste alternatieve bands ter wereld. Concertzalen werden groter en de fanbasis groeide enorm. Toch bleef The Cure een beetje buiten de gewone popwereld staan. Ze waren succesvol, maar bleven ook een buitenbeentje. Misschien juist daarom voelden zoveel mensen zich met de band verbonden.
Wat ik zelf opvallend vind, is hoe tijdloos veel muziek van The Cure klinkt. Sommige platen verraden direct uit welk decennium ze komen. Bij The Cure gebeurt dat minder. Hun combinatie van gitaren, melodieën en sfeer heeft iets dat niet snel veroudert. Nieuwe generaties ontdekken de band nog steeds alsof het een actuele groep is.
Tegenwoordig behoort The Cure tot de veteranen van de Britse muziekscene. Ze hebben een indrukwekkende erfenis opgebouwd en worden door talloze artiesten genoemd als inspiratiebron. Van indierock tot gothic rock en van alternatieve pop tot moderne postpunk: overal zijn sporen van hun invloed terug te vinden.
Als je het verhaal van The Cure in één zin zou moeten samenvatten, dan is het misschien dit: een groep vrienden uit een Engelse provinciestad die erin slaagde om melancholie, schoonheid en popgevoel samen te brengen in muziek die generaties blijft aanspreken. Dat is geen slechte prestatie voor een band die ooit gewoon begon in een oefenruimte in Crawley.
En misschien is dat wel het mooiste aan The Cure. Achter alle beroemde nummers, de uitverkochte zalen en het iconische kapsel van Robert Smith schuilt nog altijd een band die vooral muziek wilde maken die ergens over ging. Soms vrolijk, soms verdrietig, maar bijna altijd oprecht. Juist daardoor blijven hun liedjes mensen raken, jaar na jaar.