Bright Eyes - Letting off the Happiness (02-09-1998)

Als ik Letting Off the Happiness van Bright Eyes opnieuw luister, hoor ik vooral een jonge Conor Oberst die nog volop zoekt naar richting. Dat maakt het album ergens interessant, maar ook wisselvallig. Ik begrijp goed waarom veel fans deze plaat als een cultklassieker zien binnen indie en emo, want de emoties voelen oprecht en ongefilterd. Tegelijk merk ik dat ik het album uiteindelijk vooral matig vind. Er staan sterke momenten op, maar ook genoeg stukken die rommelig, langdradig of simpelweg onaf klinken.

Het album verschijnt in 1998 wanneer Oberst nog maar achttien jaar oud is. Dat hoor ik voortdurend terug. Zijn stem kraakt, schiet soms alle kanten op en klinkt vaak alsof hij elk moment kan breken. Sommige luisteraars vinden dat juist prachtig omdat het “menselijk” klinkt, maar voor mij werkt het niet altijd. Soms versterkt die kwetsbaarheid de muziek, maar regelmatig voelt het ook alsof nummers nog niet volledig uitgewerkt zijn.

De lo-fi productie helpt daar niet altijd bij. Ik hoor veel ruis, vreemde achtergrondgeluiden en instrumenten die expres slordig klinken. Dat geeft het album wel karakter, maar na verloop van tijd begint die aanpak mij ook te vermoeien. Het voelt soms alsof sfeer belangrijker wordt gevonden dan sterke composities. Daardoor luister ik niet naar een echt afgerond album, maar meer naar losse emotionele uitbarstingen die toevallig samen op één plaat staan.

“If Winter Ends” opent het album behoorlijk sterk. Het begint met chaos en vreemde geluiden voordat het nummer langzaam opbouwt. Ik hoor meteen de typische Bright Eyes-mix van kwetsbaarheid en explosieve emotie. De tekst heeft impact en muzikaal gebeurt er genoeg om mijn aandacht vast te houden. Toch blijft het voor mij steken op een 6. Het nummer heeft energie, maar klinkt ook rommelig en mist de finesse die Oberst later wel ontwikkelt.

“Padraic My Prince” raakt inhoudelijk harder. Het nummer gaat over het overleden broertje van Oberst en die persoonlijke pijn hoor ik duidelijk terug. Zijn stem klinkt hier breekbaar en eerlijk. Dat maakt indruk, ook al vind ik het muzikaal niet bijzonder sterk. Voor mij is dit typisch zo’n Bright Eyes-nummer waarbij de emotie belangrijker is dan de melodie. Daarom krijgt het eveneens een 6.

“Contrast and Compare” vind ik aangenamer om naar te luisteren. De melodie is sterker en de rustige sfeer werkt goed. Ik hoor hier al voorzichtig de meer toegankelijke kant van Bright Eyes ontstaan. De achtergrondzang geeft het nummer extra warmte en eindelijk voelt de chaos iets meer gecontroleerd aan. Dat levert voor mij een 7 op.

“The City Has Sex” brengt daarna weer meer onrust. Het nummer springt tussen rustige passages en emotionele uitbarstingen. Ik begrijp wat Oberst probeert te doen, maar het voelt voor mij net te geforceerd. Het nummer heeft interessante momenten, maar blijft uiteindelijk hangen op een 6 omdat het nergens echt volledig overtuigt.

“The Difference in the Shades” vind ik sterker. De opbouw werkt goed en het nummer heeft meer focus dan sommige andere tracks. Hier hoor ik beter waarom mensen dit album later invloedrijk noemen binnen emo en indiefolk. De combinatie van melancholie en intensiteit werkt hier namelijk wel overtuigend. Daarom geef ik dit nummer een 7.

“Touch” experimenteert meer met vervormde geluiden en elektronische effecten. Dat maakt het album afwisselender, maar ik twijfel ook of het echt goed werkt. Soms klinkt het vernieuwend, soms gewoon rommelig. Toch waardeer ik dat Oberst risico’s neemt en niet alleen veilige folk speelt. Daarom kom ik alsnog uit op een 7.

“June on the West Coast” is zonder twijfel mijn favoriet van het album. Dit nummer heeft eindelijk een melodie die echt blijft hangen. Oberst klinkt hier gecontroleerder en de melancholische sfeer werkt uitstekend. Het nummer voelt warmer en toegankelijker dan de rest van de plaat. Hier hoor ik voor het eerst echt het talent dat later volledig tot bloei komt op albums als Fevers and Mirrors en I’m Wide Awake, It’s Morning. Dit nummer verdient voor mij duidelijk een 8.

Daarna zakt het album weer wat terug. “Pull My Hair” heeft aardige ideeën en een interessante sfeer, maar mist echte samenhang. Toch waardeer ik de experimentele kant genoeg voor een 7. “A Poetic Retelling of an Unfortunate Seduction” heeft een mooie dromerige sfeer, maar blijft ook wat vaag en afstandelijk. Opnieuw een degelijke 7 zonder echt uit te blinken.

Het grootste probleem van de plaat zit voor mij in “Tereza and Tomas”. Dat afsluitende nummer duurt te lang en voelt alsof Oberst geen keuze kan maken tussen experiment en liedstructuur. Vandaar dat er een kwartier van stilte in het nummer is verwerkt. Het sleept kort gezegd zich voort zonder echte climax. Ik begrijp ook niet zo goed dat sommige fans juist houden van die losse sfeer. Daarom krijgt het nummer een 5.

Wat ik uiteindelijk overhoud aan Letting Off the Happiness is respect voor het talent en de eerlijkheid van een jonge artiest, maar niet echt liefde voor het album zelf. Ik hoor duidelijk het begin van iets groots, alleen staat dat grote hier nog vooral in de steigers. Sommige nummers laten al zien hoe sterk Bright Eyes later wordt, maar als geheel vind ik de plaat te wisselvallig en te onaf om echt indrukwekkend te zijn. Daardoor blijft het voor mij uiteindelijk een matig album met een paar sterke momenten ertussen.

WAARDERING: 6,4