Electric Light Orchestra - Electric Light Orchestra            (03-12-1971)

Het debuutalbum The Electric Light Orchestra verscheen op 3 december 1971 in het Verenigd Koninkrijk. Dit was het eerste album van de Britse band Electric Light Orchestra (ELO), die kort daarvoor was opgericht door Jeff Lynne, Roy Wood en Bev Bevan. Hun grote doel was om rockmuziek te combineren met klassieke muziek. Dat idee was in 1971 nog zeer vernieuwend en gaf de band direct een eigen gezicht.

De opnamen vonden plaats tussen juli 1970 en juni 1971 in de Philips Studios in Londen. Tegelijkertijd namen de drie muzikanten ook nog een laatste album op met hun vorige band, The Move. Daardoor werkten ze maandenlang aan twee projecten tegelijk. Op vrijwel alle nummers spelen Wood, Lynne en Bevan zelf meerdere instrumenten. Door veel overdubs ontstond een vol geluid, ondanks dat de band uit slechts een paar vaste leden bestond.

Het album klinkt heel anders dan de latere, meer gepolijste ELO-platen. De muziek is experimenteel en bevat veel cello's, violen, hoorns en zware orkestrale arrangementen. Opvallend is dat de cello vaak de rol van elektrische gitaar overneemt. Daardoor krijgt de muziek een krachtig, soms zelfs donker karakter. De stijl wordt meestal omschreven als progressieve rock met invloeden uit symfonische rock, barokpop en klassieke muziek

Een bijzonder verhaal hoort bij de Amerikaanse uitgave. Toen het album in 1972 in de Verenigde Staten verscheen, kreeg het de titel No Answer. Dat was eigenlijk een vergissing. Een medewerker van de Amerikaanse platenmaatschappij probeerde de Britse maatschappij te bellen om de albumtitel te achterhalen. Er werd niet opgenomen, waarna op een notitie simpelweg "No answer" werd geschreven. Dat werd ten onrechte aangezien voor de officiële titel en zo verscheen de plaat in Amerika. Dit groeide later uit tot een van de bekendste anekdotes uit de geschiedenis van ELO.

Het album begint met "10538 Overture", en dat is meteen een van de hoogtepunten. Ik geef dit nummer een 8. De bekende cellopartij trekt direct mijn aandacht en vormt een krachtig fundament voor het hele nummer. De zang van Jeff Lynne klinkt overtuigend en de melodie blijft gemakkelijk hangen. Ondanks de experimentele opzet heeft dit nummer ook een duidelijke popkwaliteit. Ik begrijp goed waarom dit de eerste hit van de band werd. Het laat precies horen waar Electric Light Orchestra voor staat: rock gecombineerd met een orkestrale aanpak.

Daarna volgt "Look at Me Now", waarvoor ik een 7 geef. Dit nummer klinkt rustiger en heeft een bijna dromerige sfeer. De klassieke invloeden komen hier sterk naar voren. Ik vind vooral de afwisseling tussen de zachte zang en de rijke begeleiding prettig. Het is misschien niet het meest opvallende nummer van het album, maar het laat horen hoeveel aandacht er aan de arrangementen is besteed.

Ook "Nellie Takes Her Bow" waardeer ik met een 7. Roy Wood laat hier duidelijk zijn liefde voor oudere muziekstijlen horen. Het nummer voelt bijna als een mix van folk, klassieke muziek en progressieve rock. De verschillende instrumenten vullen elkaar mooi aan en geven het nummer een warme sfeer. Het vraagt wel wat aandacht van de luisteraar, maar juist daardoor ontdek je steeds weer nieuwe details.

Met "Battle of Marston Moor (July 2nd 1644)" kiest de band opnieuw voor een bijzondere richting. Ook dit nummer krijgt van mij een 7. De historische verwijzing past goed bij de plechtige sfeer van de muziek. De combinatie van zware orkestklanken en stevige rock zorgt voor een dramatisch geheel. Ik vind het knap hoe de band een verhaal probeert te vertellen zonder dat het overdreven aanvoelt.

Daarna komt "1st Movement", dat ik beoordeel met een 6. Dit is waarschijnlijk het meest experimentele stuk van de plaat. Ik hoor veel instrumentale passages en verschillende muzikale ideeën die elkaar snel opvolgen. Hoewel ik de creativiteit waardeer, spreekt dit nummer mij iets minder aan dan de rest van het album. Soms lijkt het alsof de band zoveel mogelijk ideeën tegelijk wil laten horen. Toch bewonder ik de durf om zoiets op een debuutalbum te zetten.

"Mr. Radio" krijgt van mij een 7. Dit nummer klinkt direct iets toegankelijker. De melodie blijft gemakkelijk hangen en de zang is prettig. Ik hoor hier al duidelijk de stijl die Jeff Lynne later verder zal ontwikkelen. De combinatie van popgevoel en orkestrale begeleiding werkt erg goed. Het is misschien geen grote klassieker, maar wel een sterk nummer dat voor wat luchtigheid zorgt tussen de zwaardere composities.

Met "Manhatten Rumble (49th St. Massacre)" keert de band terug naar een meer instrumentale aanpak. Ik geef dit nummer een 6. Het is technisch knap uitgevoerd en de muzikanten laten horen hoeveel talent ze hebben. Toch mis ik hier een echte melodie die blijft hangen. Het nummer voelt meer als een muzikale oefening dan als een lied dat ik snel opnieuw opzet. Binnen het album heeft het echter wel een duidelijke functie, omdat het opnieuw laat horen hoe breed de muzikale ambities van de band zijn.

"Queen of the Hours" waardeer ik met een 7. Dit nummer heeft een vriendelijke en bijna optimistische sfeer. De zang klinkt verzorgd en de orkestpartijen ondersteunen de melodie zonder te overheersen. Ik vind het een prettig rustpunt op het album. Juist de eenvoud van het nummer maakt het aantrekkelijk en laat zien dat ELO niet altijd ingewikkeld hoeft te klinken om indruk te maken.

Het album sluit af met "Whisper in the Night", dat samen met de opener mijn favoriete nummer is. Ik geef ook dit een 8. Ik vind de sfeer bijzonder mooi opgebouwd. De muziek klinkt rustig, maar tegelijkertijd emotioneel en rijk. De zang komt goed tot zijn recht en de orkestrale begeleiding zorgt voor een waardige afsluiting van het album. Dit nummer laat zien hoeveel potentie de band op dat moment al bezit.

Bij de verschijning waren de reacties verdeeld. Sommige recensenten vonden de muziek vernieuwend en gedurfd, terwijl anderen het album te experimenteel vonden. Het grote commerciële succes bleef daarom aanvankelijk uit. Pas toen ELO later enorme successen boekte met albums als A New World Record en Out of the Blue, gingen veel luisteraars ook het debuut opnieuw ontdekken en waarderen. Tegenwoordig zien veel kenners dit album als een belangrijk beginpunt van de symfonische rock uit de jaren zeventig

Na dit album veranderde de band al snel. Roy Wood vertrok tijdens de voorbereidingen van het tweede album om zijn eigen groep, Wizzard, op te richten. Vanaf dat moment werd Jeff Lynne de creatieve leider van ELO. Zijn meer melodieuze stijl zorgde ervoor dat de band zich ontwikkelde tot een van de grootste pop- en rockgroepen van de jaren zeventig. Daardoor blijft The Electric Light Orchestra een uniek document: het is het enige album waarop de oorspronkelijke muzikale visie van Roy Wood en Jeff Lynne nog volledig samenkomt,

WAARDERING: 7