Siouxsie & The Banshees

Siouxsie & The Banshees: muziek die altijd een beetje anders durfde te zijn

Siouxsie & The Banshees is zo'n band waar nog steeds over gesproken wordt 30 jaar nadat de band is gestopt. Ze pasten nooit echt in één hokje. Punk? Ja, een beetje. New wave? Zeker. Gothic rock? Ook. Maar uiteindelijk deden ze vooral hun eigen ding. Dat maakt hun muziek nog altijd verrassend fris.

Het verhaal begint in Londen, in 1976. De Britse hoofdstad stond op dat moment op zijn kop. Jongeren waren boos, werk was schaars en de punkbeweging gaf veel mensen het gevoel dat alles mocht. In die omgeving ontmoetten Siouxsie Sioux en bassist Steven Severin elkaar. Zonder veel ervaring besloten ze een band te beginnen. Hun eerste optreden was zelfs nog voordat ze goed konden spelen. Dat klinkt misschien als een slecht idee, maar juist die onbevangenheid paste perfect bij de tijd.

Er gaat een mooi verhaal rond over dat eerste optreden. De band had nauwelijks nummers. Sommige liedjes werden ter plekke bedacht en af en toe leek het alsof iedereen een andere kant op speelde. Toch stond er iemand op het podium die alle aandacht trok: Siouxsie Sioux. Niet alleen door haar krachtige stem, maar ook door haar opvallende uiterlijk. Zware oogmake-up, bijzondere kleding en een houding die uitstraalde dat ze zich niets aantrok van de verwachtingen van anderen. Ze was geen zangeres die glimlachend het publiek geruststelde. Ze keek je recht aan, alsof ze wilde zeggen: "Hier ben ik, wen er maar aan."

Na die rommelige start groeide de band verrassend snel. Hun debuutalbum The Scream uit 1978 liet horen dat er veel meer in zat dan alleen rauwe punk. De gitaren klonken scherp, de bas speelde melodieën die bijna een eigen verhaal vertelden en de drums gaven de muziek een gespannen gevoel. Het was muziek die je niet alleen hoorde, maar ook voelde.

In de jaren die volgden bleef de band zich ontwikkelen. Albums als Join Hands, Kaleidoscope, Juju, A Kiss in the Dreamhouse, Hyæna, Tinderbox en Peepshow klinken allemaal anders. Dat is misschien wel hun grootste kracht. Waar veel groepen een succesvol recept blijven herhalen, koos Siouxsie & The Banshees steeds een nieuwe richting. Soms donker en dreigend, soms bijna dromerig en soms verrassend toegankelijk.

Een belangrijk moment was de komst van gitarist John McGeoch. Zijn spel gaf de muziek extra kleur. Hij gebruikte effecten op een manier die destijds vernieuwend was. Zijn gitaar zweefde soms bijna door de nummers heen. Veel gitaristen uit latere alternatieve rock- en shoegazebands noemen hem nog altijd als inspiratie.

Ook drummer Budgie speelde een grote rol. Zijn ritmes waren vaak anders dan gebruikelijk in rockmuziek. Hij sloeg niet alleen de maat, maar bouwde met zijn drums een sfeer op. Uiteindelijk kregen Budgie en Siouxsie ook buiten de band een relatie. Samen maakten ze later nog muziek onder de naam The Creatures, waarin vooral exotische ritmes en percussie centraal stonden.

Wat ik bijzonder vind aan Siouxsie & The Banshees is dat de muziek vaak donker klinkt zonder somber te worden. Er zit spanning in de nummers, maar ook schoonheid. De teksten gaan regelmatig over angst, fantasie, geschiedenis of menselijke gevoelens. Toch blijft er altijd ruimte voor eigen interpretatie. Dat maakt de liedjes interessant, ook als je ze jaren later opnieuw beluistert.

De invloed van de band is enorm. Groepen als The Cure, U2, Sonic Youth, Radiohead, Garbage, PJ Harvey, Interpol en zelfs artiesten uit de moderne postpunk- en shoegazescene hebben verteld dat Siouxsie & The Banshees belangrijk voor hen is geweest. Dat is misschien wel het mooiste compliment dat een band kan krijgen: niet alleen goede muziek maken, maar ook anderen inspireren om zelf iets nieuws te proberen.

Toch bleef de groep altijd een beetje eigenzinnig. Ze volgden zelden de mode en leken weinig belangstelling te hebben voor de hitlijsten. Natuurlijk scoorden ze succesvolle singles als Hong Kong Garden, Happy House, Spellbound, Christine, Cities in Dust en Peek-a-Boo, maar zelfs die nummers klonken anders dan wat er op dat moment op de radio te horen was. Het succes kwam vooral doordat ze trouw bleven aan hun eigen ideeën.

In 1996 viel de band uiteen. Zoals bij zoveel groepen waren er veranderingen in de bezetting en groeiden de leden langzaam uit elkaar. Gelukkig bleef hun muziek leven. Nieuwe generaties ontdekken de albums via streamingdiensten of doordat oudere muzikanten enthousiast over hen vertellen. Dat is misschien wel het bewijs dat goede muziek geen houdbaarheidsdatum heeft.

Als ik aan Siouxsie & The Banshees denk, zie ik een band die nooit bang was om risico's te nemen. Ze begonnen met meer lef dan ervaring, maar groeiden uit tot een van de meest invloedrijke Britse groepen van de afgelopen vijftig jaar. Hun muziek laat horen dat experimenteren niet moeilijk hoeft te zijn. Soms is het genoeg om gewoon een andere weg in te slaan dan iedereen verwacht.

Misschien is dat wel de grootste les van Siouxsie & The Banshees. Vernieuwing ontstaat niet doordat je probeert op iemand anders te lijken. Ze ontstaat juist wanneer je durft te vertrouwen op je eigen ideeën. En precies daarom klinken hun platen vandaag nog steeds alsof ze niet in een bepaald tijdperk thuishoren, maar gewoon in een eigen wereld.

Albums: