Civil Daze - Once in a Blue Moon (24-10-2025)

Het opmerkelijke van dit album is dat Civil Daze helemaal niet zo'n haast had om een album te maken. Gitarist en songwriter Mikael Danielsson begon ooit met de nummers als soloproject. Alleen had hij één klein probleem: hij was niet erg gelukkig met zijn eigen zangstem. Dat is misschien maar goed ook, want daardoor kwam Helena Sommerdahl in beeld. Zij bleek precies de zangeres die de nummers nodig hadden. Daarna werd Civil Daze aangevuld met gitarist Tony Lindh, bassist Hasse Hagman en drummer Glenn Jonsson.

En dan begint het wachten.

Een pandemie, persoonlijke omstandigheden en het gewone leven zorgen ervoor dat een album soms langer onderweg is dan gepland. In het geval van Civil Daze werd het uiteindelijk zo lang dat Once In A Blue Moon bijna een titel met gevoel voor humor werd. De uitdrukking betekent immers dat iets maar heel zelden gebeurt. Het album was dan ook letterlijk een gevalletje „eindelijk is het zover”.

Maar zodra Top Of The World uit de speakers komt, klinkt er weinig alsof de muzikanten jarenlang op hun handen hebben gezeten. Het nummer heeft een stevige, opgewekte rockdrive en een refrein dat duidelijk weet waar het naartoe wil. Geen ingewikkelde omwegen, gewoon gitaren, drums, zang en een melodie die zich snel vastzet. Een prima opener dus.

Daarna volgt A Million Miles Away. Dit is een van de nummers waarin Civil Daze laat horen waarom de term AOR hier niet misstaat. De melodie is ruim opgezet en het refrein heeft iets groots. Toch wordt het nergens overdreven glad. Dat vind ik een van de sterke kanten van de plaat. De band houdt de muziek stevig genoeg om rock te blijven, maar vergeet ondertussen de melodie niet. Ook andere recensies noemen juist de combinatie van krachtige gitaren en toegankelijke refreinen als een belangrijk pluspunt.

Met Face Down In The Dirt wordt het allemaal wat ruwer. De gitaren krijgen meer ruimte en de bluesy kant van de band komt naar voren. Het is een nummer dat niet probeert om netjes binnen de lijntjes van de AOR te kleuren. Dat hoeft ook niet. Civil Daze klinkt juist interessant wanneer de klassieke hardrockinvloeden wat nadrukkelijker naar voren komen.

Paradise zorgt vervolgens voor een lichtere sfeer. Hier komt de melodieuze kant van de band weer sterker naar voren. De toetsen geven het nummer wat extra kleur en Sommerdahl klinkt overtuigend zonder voortdurend te hoeven laten horen hoe hard ze kan zingen. Dat laatste is prettig. Een goede zangeres hoeft niet in ieder nummer een wedstrijdje schreeuwen te winnen.

Het langste nummer is Got To Go, dat ruim zes minuten duurt. Dat is tegenwoordig bijna een klein risico. Voor je het weet heb je als luisteraar drie keer op je horloge gekeken. Bij Civil Daze gebeurt dat gelukkig niet. Het nummer begint betrekkelijk rustig, maar ontwikkelt zich vervolgens tot een stevige rocker. Er is voldoende beweging in het arrangement om de lengte te rechtvaardigen.

Daarna schakelt de band een versnelling hoger met The Right Kind Of Lovin'. Dit is een rechttoe-rechtaan rocknummer dat vooral bedoeld lijkt om live goed te werken. De gitaren staan stevig, de ritmesectie houdt de boel strak en Sommerdahl krijgt alle gelegenheid om haar krachtige stem te laten horen. Het is muziek waarbij je bijna automatisch iets rechter op je stoel gaat zitten.

Turn The Page gaat vervolgens vrolijk verder. Het nummer heeft een wat rauwere uitstraling en een ritme dat uitnodigt tot meebewegen. Ook Heroes behoort tot de stevigere nummers. Hier zit meer klassieke hardrock in, met een duidelijke rol voor de gitaren en Hammondachtige toetsen. Het is een aardige herinnering dat Civil Daze niet alleen naar de glimmende kant van de jaren tachtig kijkt. De band heeft ook duidelijk iets met de ruigere rock van daarvoor.

Met Revolution komt het album weer wat dichter bij de klassieke stadionrock. Grote melodieën, stevige gitaren en een refrein dat gemakkelijk mee te zingen is. Je hoeft geen ingewikkelde muziektheorie te kennen om te begrijpen wat hier de bedoeling is. Het nummer wil vooruit en neemt de luisteraar gewoon mee.

De afsluiter Givin' It All vind ik misschien wel een van de meest toegankelijke nummers van het album. Er zit iets ouderwets rock-achtigs in, met een licht bluesy randje en tegelijkertijd voldoende melodie. Het is een goede afsluiting omdat het nog één keer de verschillende kanten van Civil Daze samenbrengt: klassieke rock, hardrock en melodieuze rock. De plaat eindigt daardoor niet met een groot kunststukje, maar met een lekker nummer. Eigenlijk precies zoals het hoort.

Wat mij bij Once In A Blue Moon vooral bevalt, is dat Civil Daze geen poging doet om een nieuw muziekgenre uit te vinden. Dat hoeft ook niet altijd. Er zijn al genoeg bands die de wereld willen veranderen. Soms is het gewoon prettig om een album op te zetten waarop muzikanten hoorbaar plezier hebben in stevige gitaren, goede melodieën en een ouderwets refrein.

Natuurlijk is Civil Daze niet revolutionair. Wie op zoek is naar experimentele rock of een volkomen nieuw geluid, zal waarschijnlijk verder moeten zoeken. Maar dat is ook niet de bedoeling van deze plaat. De kracht zit juist in de uitvoering. De bandleden zijn ervaren muzikanten en dat hoor je. De nummers klinken verzorgd, maar niet steriel. De productie geeft ruimte aan de gitaren en de zang, terwijl de muziek voldoende pit houdt.

En dan is er Helena Sommerdahl. Haar stem geeft het album een eigen gezicht. Ze kan krachtig uithalen, maar ook wat meer ingetogen zingen. Daardoor blijft de plaat afwisselend. Zonder haar zou Once In A Blue Moon waarschijnlijk een aardige melodieuze-rockplaat zijn geweest. Met haar krijgt Civil Daze net wat meer karakter.

Uiteindelijk vind ik de titel van het album misschien wel toepasselijker dan de band vooraf had kunnen bedenken. Na al dat wachten ligt er eindelijk een plaat die gewoon lekker rockt. Geen haast, geen overdreven pretenties en geen poging om te bewijzen dat Civil Daze de muziekgeschiedenis opnieuw gaat schrijven.

Gewoon tien nummers, ruim veertig minuten muziek en een groep Zweedse muzikanten die duidelijk weten wat ze leuk vinden.

En eerlijk gezegd is dat soms meer dan genoeg.

Once In A Blue Moon is daarmee een sympathiek debuut: melodieus, stevig, toegankelijk en vooral prettig ongecompliceerd. Het soort album waarbij ik na afloop niet meteen hoef na te denken over wat de muzikanten allemaal bedoeld hebben. Ik kan ook gewoon de volumeknop iets verder opendraaien.

Misschien gebeurt dat bij een goede rockplaat uiteindelijk helemaal niet zo vaak.

Maar vooruit, deze keer mag het. Het is tenslotte maar Once In A Blue Moon.

WAARDERING: 7,3