Simple Minds
Simple Minds is zo'n band waarvan veel mensen denken dat ze alleen bekend zijn van Don't You (Forget About Me). Dat nummer is natuurlijk een klassieker, maar het verhaal van de Schotse groep is veel groter. Ik vind het juist bijzonder dat de band al sinds het einde van de jaren zeventig bestaat en telkens een andere richting durfde op te gaan. Daardoor klinkt hun geschiedenis bijna als een lange treinreis, waarbij achter elk station weer een nieuw landschap verschijnt.
Het begon allemaal in Glasgow. Die stad stond niet bepaald bekend om haar zonnige karakter. Het was een industriestad met veel fabrieken, regen en harde werkers. Misschien is het juist daarom niet vreemd dat er zoveel muziek vandaan kwam. Zanger Jim Kerr en gitarist Charlie Burchill leerden elkaar al jong kennen. Ze speelden eerst samen in een punkband, maar voelden al snel dat ze verder wilden kijken dan drie akkoorden en een hoop lawaai.
De naam Simple Minds haalden ze uit een tekst van David Bowie. Dat alleen al zegt iets over hun ambities. Ze wilden geen gewone rockgroep zijn, maar een band die kunst, sfeer en experiment met elkaar verbond. Hun eerste albums waren dan ook behoorlijk avontuurlijk. Invloeden van punk, elektronische muziek en artrock liepen dwars door elkaar heen. Het waren platen die misschien niet meteen de hitlijsten bestormden, maar wel veel nieuwsgierige luisteraars aantrokken.
Ik stel me wel eens voor hoe een platenkoper begin jaren tachtig een album van Simple Minds mee naar huis nam. Misschien verwachtte hij stevige rock, maar kreeg hij lange, dromerige nummers vol synthesizers en mysterieuze teksten. Dat was precies de kracht van de band. Ze deden niet altijd wat het publiek verwachtte.
Halverwege de jaren tachtig veranderde alles. De muziek werd grootser en meeslepender. Albums als New Gold Dream (81-82-83-84) en later Sparkle in the Rain brachten de groep naar een veel groter publiek. De combinatie van de krachtige stem van Jim Kerr, het herkenbare gitaarspel van Charlie Burchill en de brede klanken van toetsen zorgde voor een geluid dat je al na een paar seconden kon herkennen.
Toen kwam Don't You (Forget About Me). Opmerkelijk genoeg hadden de bandleden het nummer in eerste instantie helemaal niet zelf willen opnemen. Ze vonden het vreemd om een lied te zingen dat ze niet hadden geschreven. Uiteindelijk deden ze het toch. Het werd een wereldhit en kreeg dankzij de film The Breakfast Club een bijna legendarische status. Soms kiest een lied zijn eigen lot, ongeacht wat een artiest ervan vindt.
Toch zou het jammer zijn als alleen dat nummer zou overblijven. Wie verder luistert, ontdekt liedjes als Alive and Kicking, Sanctify Yourself, Waterfront en Belfast Child. Dat laatste nummer laat zien dat Simple Minds ook gevoelige onderwerpen niet uit de weg ging. De band wist emotie te combineren met muziek die tegelijkertijd groots en toegankelijk klonk.
Zoals bij veel groepen ging niet alles vanzelf. Eind jaren tachtig en in de jaren negentig veranderde de muzieksmaak. Grunge, britpop en alternatieve rock namen het stokje over. Bands die een paar jaar eerder nog stadions vulden, moesten ineens vechten om aandacht. Ook Simple Minds kreeg daarmee te maken. Sommige albums werden enthousiast ontvangen, andere verdwenen snel uit beeld. Maar opgeven deden ze nooit.
Dat vind ik misschien wel het meest bewonderenswaardige aan deze Schotten. Terwijl veel tijdgenoten stopten of alleen nog op nostalgie leefden, bleef Simple Minds nieuwe muziek maken. Niet elk album werd een klassieker, maar de nieuwsgierigheid bleef bestaan. Dat past eigenlijk goed bij hun beginjaren, toen experiment belangrijker was dan succes.
Live heeft de band altijd een sterke reputatie gehouden. Jim Kerr is een geboren podiumdier. Hij hoeft geen ingewikkelde capriolen uit te halen; zijn enthousiasme werkt vanzelf aanstekelijk. Charlie Burchill staat vaak iets rustiger op het podium, maar zijn gitaarspel vormt nog altijd het muzikale hart van de groep. Die combinatie van uitbundigheid en vakmanschap blijkt al tientallen jaren te werken.
Wat ik ook mooi vind, is dat Simple Minds nooit helemaal in één muzikaal hokje past. De ene keer hoor ik invloeden van new wave, dan weer van rock, pop of elektronische muziek. Soms klinkt een nummer bijna filmisch, alsof het gemaakt is voor een groot landschap of een lange autorit bij zonsondergang. Juist daardoor blijft de muziek verrassend fris.
Misschien is dat wel de grootste les van Simple Minds. Een band hoeft niet voortdurend de mode te volgen om interessant te blijven. Soms is het genoeg om trouw te blijven aan je eigen nieuwsgierigheid. Jim Kerr en Charlie Burchill zijn inmiddels al tientallen jaren onderweg, maar nog steeds klinkt het alsof ze nieuwe wegen willen ontdekken.
Als ik aan Simple Minds denk, zie ik daarom niet alleen een wereldberoemde hit. Ik zie twee vrienden uit Glasgow die begonnen met dromen, experimenteren en muziek maken omdat ze nieuwsgierig waren naar wat er mogelijk was. Die nieuwsgierigheid heeft hen verder gebracht dan ze zich ooit hadden kunnen voorstellen. En misschien is dat wel de mooiste erfenis van deze Schotse band: niet één beroemd lied, maar een carrière waarin avontuur altijd belangrijker bleef dan voorspelbaarheid.