Uriah Heep

Sommige bands herken ik al aan een paar seconden muziek. Bij Uriah Heep hoef ik maar een stevig orgel, een scherpe gitaarriff en een stel uitbundige zangstemmen te horen om te weten dat ik met deze Britse rockformatie te maken heb. De band heeft een geluid dat niet gemakkelijk met dat van andere groepen te verwarren is. Uriah Heep hoort bij de generatie die begin jaren zeventig de hardrock groot maakte, maar heeft altijd iets eigens behouden.

Als ik aan die periode denk, komen vanzelf namen als Deep Purple, Led Zeppelin en Black Sabbath naar boven. Het waren bands die ieder op hun eigen manier de grenzen van de rockmuziek verlegden. Uriah Heep hoorde bij hetzelfde muzikale landschap, maar koos niet alleen voor hardere gitaren en een stevige ritmesectie. De groep wilde ook ruimte voor melodie, meerstemmige zang en toetsenpartijen die soms bijna een eigen leven gingen leiden. Dat leverde een herkenbare combinatie op van hardrock, progressieve rock en een vleugje fantasie.

Het verhaal begon in Engeland, waar gitarist Mick Box en zanger David Byron samenwerkten in een band die Spice heette. Rond 1969 en 1970 veranderde de groep van richting en kreeg ze de naam Uriah Heep. Die naam kwam uit de roman David Copperfield van Charles Dickens. Uriah Heep is daarin een nogal slijmerig personage. Ik weet niet of de muzikanten daarmee een grap wilden maken, maar het is in elk geval een naam die blijft hangen. Je verwacht er eerder een zonderlinge figuur uit een Victoriaans verhaal bij dan een band die met versterkers op het podium staat.

Met het debuutalbum Very 'Eavy, Very 'Umble uit 1970 liet de groep horen wat ze in huis had. De muziek was stevig, de gitaren klonken rauw en de orgelpartijen gaven de nummers extra gewicht. Toch was het niet alleen maar hard spelen. De band besteedde veel aandacht aan de zang, waarbij verschillende stemmen samen voor een vol geluid zorgden.

Vooral de combinatie van Mick Box en Ken Hensley bleek belangrijk. Box gaf de muziek een stevige basis met zijn gitaarwerk, terwijl Hensley met zijn toetsen en composities een groot deel van het herkenbare geluid bepaalde. David Byron was ondertussen een opvallende zanger, met een stem die zowel krachtig als theatraal kon klinken. Het was een bezetting waarin de verschillende muzikale persoonlijkheden elkaar goed aanvulden.

In 1971 verscheen Look at Yourself, een album waarop de band steeds meer een eigen koers vond. Een jaar later volgde Demons and Wizards, dat voor veel liefhebbers nog altijd tot de hoogtepunten behoort. De hoes van Roger Dean paste uitstekend bij de muziek: een wereld vol fantasie, vreemde figuren en geheimzinnige landschappen. Je hoefde geen liefhebber van draken of tovenaars te zijn om de aantrekkingskracht ervan te begrijpen.

Het album bevatte onder meer The Wizard en Easy Livin'. Vooral dat laatste nummer is een schoolvoorbeeld van de directe kant van Uriah Heep. Het is kort, energiek en heeft een refrein dat zich gemakkelijk in het geheugen nestelt. In Nederland deed het nummer het bijzonder goed en bereikte het de vijfde plaats in de hitlijst. Daarmee kreeg de band ook buiten de kring van hardrockliefhebbers een groter publiek.

 
Toch zou ik Uriah Heep tekortdoen als ik de groep alleen met zulke compacte rocknummers zou verbinden. Neem July Morning, een compositie van het album Look at Yourself. Het nummer neemt de tijd, bouwt langzaam op en laat horen hoe de band spanning kan vasthouden zonder voortdurend het gaspedaal in te drukken. Het orgel en de gitaar krijgen alle ruimte, terwijl de zang het geheel bij elkaar houdt. Ik vind dat een mooi voorbeeld van hoe hardrock ook geduldig en melodieus kan zijn.


Wat
ik aantrekkelijk vind aan Uriah Heep, is dat de band zich nooit helemaal liet vastpinnen op één aanpak. Het ene moment klinkt de muziek als een rechttoe-rechtaan rocknummer, het volgende moment duikt de groep een langer en ingewikkelder stuk in. Op The Magician's Birthday uit 1972 komt die afwisseling opnieuw goed naar voren. De band kon stevig uitpakken, maar had ook gevoel voor melodie en samenzang.

Die meerstemmige zang was een belangrijk onderdeel van het geluid. Waar sommige hardrockbands vooral indruk wilden maken met volume en snelheid, zocht Uriah Heep ook naar volle zangpartijen. Dat leverde soms bijna feestelijke momenten op. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom de groep de bijnaam Beach Boys of Heavy Metal kreeg. Dat klinkt op het eerste gezicht misschien wat vreemd, maar als je goed naar de zang luistert, begrijp je de vergelijking wel.

Natuurlijk verliep de geschiedenis niet zonder problemen. De bezetting veranderde regelmatig en ook het succes was niet ieder jaar even groot. David Byron vertrok in 1976 en John Lawton nam zijn plaats in. Later volgden opnieuw wisselingen van zanger, bassist en drummer. Ken Hensley, die zo belangrijk was geweest voor de klassieke periode, verliet de groep in 1980. Voor veel bands zou zoiets het begin van het einde betekenen. Bij Uriah Heep bleek het vooral een langdurig proces van opnieuw beginnen.

In 1982 verscheen Abominog, een album waarop de groep een steviger en moderner geluid liet horen. De muziek sloot aan bij de hardrock van de jaren tachtig, zonder dat alle herkenbare elementen verdwenen. Dat vind ik een interessant aspect van de bandgeschiedenis. Uriah Heep bleef niet uitsluitend teren op het verleden, maar probeerde zich aan te passen aan een veranderende muziekscene. Dat lukte niet altijd even overtuigend, maar de bereidheid om nieuwe wegen te zoeken verdient waardering.

Gitarist Mick Box is de constante factor in het verhaal. Hij maakte de verschillende periodes mee en bleef de band leiden terwijl andere muzikanten kwamen en gingen. Sinds 1986 is toetsenist Phil Lanzon een vaste kracht en sinds 1987 neemt Bernie Shaw de zang voor zijn rekening. Ook deze bezetting heeft inmiddels een lange geschiedenis achter zich. Dat is opmerkelijk voor een groep die ooit begon in een tijd waarin veel rockbands maar enkele jaren bij elkaar bleven.

Ik vind het mooi dat Uriah Heep niet alleen als nostalgische attractie wordt beschouwd. Natuurlijk willen veel bezoekers de oude klassiekers horen. Dat begrijp ik goed, want nummers als Gypsy, Easy Livin' en July Morning zijn nu eenmaal een belangrijk deel van het muzikale erfgoed van de band. Maar de groep heeft ook na de gloriedagen nieuw werk uitgebracht en is blijven optreden. De huidige bezetting bestaat uit Mick Box, Bernie Shaw, Phil Lanzon, bassist Dave Rimmer en drummer Russell Gilbrook.

Als ik de balans opmaak, zie ik Uriah Heep als een band die misschien niet altijd dezelfde erkenning heeft gekregen als sommige beroemde tijdgenoten, maar wel een duidelijke plaats in de rockgeschiedenis verdient. De combinatie van orgel, gitaar, krachtige zang en gevoel voor melodie maakte de groep herkenbaar. Bovendien durfde ze groot te denken, zonder ieder nummer in een eindeloze muzikale oefening te veranderen.

Wat me vooral bijblijft, is het enthousiasme dat uit veel van de muziek spreekt. Uriah Heep klinkt vaak alsof de muzikanten er nog altijd plezier in hebben om samen een goed rocknummer neer te zetten. En dat is misschien wel de belangrijkste reden waarom de band zo lang heeft kunnen doorgaan. Er zijn groepen die vooral herinneringen oproepen aan een bepaalde tijd. Uriah Heep doet dat ook, maar laat tegelijkertijd horen dat goede rockmuziek niet aan één generatie gebonden is. Zolang die orgels loeien, de gitaren hun werk doen en de stemmen samenkomen, is er voor deze Britse rockers nog genoeg te spelen.

Albums: