Gentle Giant

Bij de Britse formatie Gentle Giant is het soms even opletten waar je precies naar luistert. Net wanneer je denkt dat je een melodie te pakken hebt, slaat de muziek een andere richting in. Een onverwachte wending, een vreemd ritme of een koortje dat uit een middeleeuwse kerk lijkt te zijn weggelopen. Oftewel: Welkom in de wereld van Gentle Giant!

De band ontstond in 1970 en kwam voort uit Simon Dupree and the Big Sound, de eerdere groep van de drie broers Derek, Ray en Phil Shulman. Die formatie had in 1967 nog een Britse hit met Kites, maar de broers wilden muzikaal een andere weg inslaan. Samen met toetsenist Kerry Minnear, gitarist Gary Green en drummer Martin Smith begonnen ze aan een avontuur dat uiteindelijk een bijzonder hoofdstuk in de Britse progressieve rock zou opleveren.

Wat mij bij Gentle Giant vooral opvalt, is dat de band nooit genoegen lijkt te nemen met de gebaande paden. Waar sommige progressieve rockgroepen vooral indruk proberen te maken met lange nummers, grote toetsenpartijen en uitgebreide gitaarsolo's, zoekt Gentle Giant het veel meer in de details. De muziek zit vol kleine verrassingen. Een melodie kan plotseling van tempo veranderen, verschillende stemmen lopen door elkaar heen en instrumenten verschijnen op momenten waarop je ze niet direct verwacht.

En dan is er nog het instrumentarium. De bandleden waren vrijwel allemaal multi-instrumentalisten. Ze wisselden tijdens opnamen en optredens regelmatig van instrument. Naast de gebruikelijke gitaar, bas, drums en toetsen kwamen onder meer viool, cello, blokfluit, saxofoon, klarinet en vibrafoon voorbij. Het moet achter de schermen soms een behoorlijke drukte zijn geweest. Ik stel me voor dat er tijdens een repetitie regelmatig iemand opstond om een ander instrument te pakken, terwijl de rest alvast probeerde te onthouden waar ze gebleven waren.

Het bijzondere aan Gentle Giant is de manier waarop uiteenlopende muziekstijlen bij elkaar worden gebracht. Rock, jazz, klassieke muziek, middeleeuwse zang en zelfs invloeden uit de volksmuziek krijgen allemaal een plaats. Toch klinkt het zelden alsof de groep zomaar wat ideeën bij elkaar heeft gezocht. Er zit een duidelijke gedachte achter de composities. Vooral de meerstemmige zang is indrukwekkend. Soms klinkt het bijna alsof er een klein koor in de studio aanwezig is, terwijl het gewoon de bandleden zelf zijn.

De eerste albums laten al horen dat de groep niet van plan was om zich aan de muzikale verwachtingen van het publiek aan te passen. Het titelloze debuut uit 1970 is een avontuurlijke kennismaking. Op Acquiring the Taste uit 1971 wordt de experimenteerdrang verder opgevoerd. De titel is eigenlijk een aardige waarschuwing: je moet misschien even wennen aan wat je voorgeschoteld krijgt.

Met Three Friends uit 1972 kiest de band voor een meer samenhangend conceptalbum over drie mensen die ieder een andere levensweg volgen. Later datzelfde jaar verschijnt Octopus, een plaat waarop de verschillende kwaliteiten van Gentle Giant bijzonder goed samenkomen. Het album wordt nog altijd beschouwd als een van de hoogtepunten uit hun loopbaan.

Ik vind het mooi dat Gentle Giant ondanks al die technische vaardigheden ook een speelse kant heeft. De muziek is soms behoorlijk ingewikkeld, maar er zit regelmatig humor in de manier waarop de instrumenten elkaar uitdagen. Het is geen gezelschap dat voortdurend ernstig achter de lessenaar staat. Er wordt duidelijk plezier beleefd aan het experimenteren. Dat maakt de muziek menselijker en voorkomt dat alles een muzikale rekensom wordt.

Na het vertrek van Phil Shulman in 1973 ging de groep met vijf leden verder. Dat betekende niet dat de muzikale ambities verdwenen. Integendeel. Met In a Glass House (1973) en The Power and the Glory (1974) verschenen opnieuw platen waarop de groep haar eigenzinnige koers voortzette.

In 1975 volgde Free Hand, een album waarop de composities wat toegankelijker werden zonder dat Gentle Giant zijn karakter verloor. Voor wie de band nog niet kent, is dit een interessante plaat om mee te beginnen. Het is een goede kennismaking met de combinatie van melodie, vakmanschap en onverwachte muzikale bochten.

Ook live was de groep een bijzondere verschijning. Het album Playing the Fool uit 1977 geeft daarvan een uitstekend beeld. De muziek wordt met grote precisie uitgevoerd, maar klinkt nergens alsof de bandleden bang zijn om een noot verkeerd te spelen. Het is een overtuigend document van een groep die haar ingewikkelde materiaal ook op het podium tot leven kon brengen.

Tegen het einde van de jaren zeventig veranderde de muzikale richting. Met The Missing Piece en Giant for a Day! probeerde Gentle Giant meer aansluiting te vinden bij een groter publiek. De experimentele aanpak werd gedeeltelijk ingeruild voor een directer geluid. Dat leverde wisselende resultaten op. In 1980 verscheen Civilian, waarna de groep uit elkaar ging. In tien jaar tijd had Gentle Giant twaalf albums uitgebracht en een heel eigen plaats binnen de progressieve rock veroverd.

Als ik terugkijk op de betekenis van Gentle Giant, vind ik vooral de onafhankelijkheid van de groep bewonderenswaardig. Ze hadden duidelijk weinig belangstelling voor de gemakkelijkste weg naar succes. De muziek mocht best ingewikkeld zijn, zolang er maar iets nieuws te ontdekken viel. Dat heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het feit dat ze nooit de commerciële populariteit bereikten van bijvoorbeeld Genesis, Yes of Emerson, Lake & Palmer.

Toch is populariteit niet altijd een goede graadmeter voor muzikale betekenis. Gentle Giant heeft een trouwe groep liefhebbers opgebouwd en de invloed van de band is nog steeds merkbaar bij latere progressieve rockgroepen. In 2015 kreeg de formatie bovendien een Lifetime Achievement Award bij de Progressive Music Awards.

Wat mij betreft is Gentle Giant een band die je niet altijd op de achtergrond moet draaien. Daarvoor gebeurt er te veel. Het is muziek die aandacht vraagt, maar daar ook iets voor teruggeeft. Soms moet je even terugspoelen omdat je een bijzonder muzikaal moment hebt gemist. Een andere keer ontdek je pas bij de derde luisterbeurt hoe mooi verschillende stemmen en instrumenten in elkaar grijpen.

De naam Gentle Giant klinkt misschien vriendelijk en bescheiden, maar muzikaal was dit bepaald geen kleine jongen. Het was een groep muzikale avonturiers die graag buiten de lijntjes kleurde en daarbij niet bang was om af en toe een compleet nieuw kleurpotlood uit te vinden.

En misschien is dat wel de grootste verdienste van Gentle Giant: ze bewezen dat rockmuziek best ingewikkeld, eigenwijs en een beetje onvoorspelbaar mag zijn. Je hoeft niet altijd meteen alles te begrijpen om ervan te genieten. Soms is het juist aardig om even verdwaald te raken.

Albums: