Earth & Fire - Song of the Marching Children (10-1971)
In de geschiedenis van de Nederlandse pop/rock scene is dit een album dat bij de fine fleur hoort - Het is een album dat me na een paar minuten al laat voelen dat ik met iets bijzonders bezig ben. Ik hoor een band die in 1971 duidelijk meer wil dan een verzameling aardige liedjes opnemen. De muziek mag groeien, de instrumenten krijgen de ruimte en de zang van Jerney Kaagman heeft precies dat bijzondere karakter waarmee ze een nummer naar een hoger niveau kan tillen. Voor mij is dit een album waarop de Nederlandse progressieve rock zich van zijn mooiste kanten laat zien.
Het album verscheen in oktober 1971, als tweede studioplaat van de band. Waar het debuut nog meer uit afzonderlijke nummers bestond, koos Earth & Fire nu voor een ambitieuzere aanpak. Vooral de lange titelsong maakt duidelijk dat de groep haar grenzen wilde verleggen. Het resultaat wordt vaak beschouwd als een van de hoogtepunten uit de Nederlandse popgeschiedenis. Na het beluisteren begrijp ik die waardering heel goed.
Met ‘Carnaval of the Animals’ begint de plaat uitstekend. Ik geef het nummer een 9. Er zit voldoende vaart in om mijn aandacht direct vast te houden, maar het klinkt niet alsof de band koste wat kost indruk wil maken. De combinatie van zang, gitaar en toetsen geeft het geheel een eigen gezicht. Ik vind het prettig wanneer een album meteen iets te vertellen heeft, zonder dat de muzikanten daarvoor alle registers hoeven open te trekken.
Wat me vooral bevalt, is de manier waarop Earth & Fire de muziek laat spreken. De groep klinkt zelfverzekerd en heeft duidelijk plezier in het samenspel. Ik krijg het gevoel dat er achter de schermen nog veel meer ideeën klaarliggen. Dat blijkt al snel te kloppen.
‘Ebbtide’ krijgt van mij een 8. Het nummer heeft een andere sfeer en vormt een aangename afwisseling met de opener. Ik waardeer vooral de ruimte die de muziek krijgt. Niet ieder moment hoeft volgestopt te worden met instrumentale drukte. Soms is het juist prettig wanneer een band even gas terugneemt en de melodie haar werk laat doen. Het is voor mij geen absolute uitschieter, maar wel een waardevol onderdeel van het album.
Bij ‘Storm and Thunder’ gaat de waardering omhoog naar een 10. Dit is voor mij een van de grote troeven van de plaat. De opbouw is bijzonder sterk en de toetsen spelen daarin een belangrijke rol. Het nummer heeft iets dreigends, maar blijft tegelijkertijd melodieus en toegankelijk. Ik hoor hoe de spanning langzaam wordt opgebouwd en vervolgens ruimte krijgt om los te barsten.
De uitgebreide albumversie geeft het nummer bovendien meer adem dan de kortere singleversie. Vooral het orgelwerk draagt bij aan het karakter van de compositie. Ik vind het knap hoe de band verschillende muzikale ideeën samenbrengt zonder dat het een rommeltje wordt. Er gebeurt genoeg om me bij de les te houden, maar ik kan ook gewoon achteroverleunen en genieten.
En dat doe ik graag. Bij dit soort muziek hoef ik niet voortdurend te bedenken wat de muzikanten precies uitvoeren. Het is voldoende dat ik merk hoe alles in elkaar grijpt. De ene passage maakt de volgende interessanter en voor ik het weet is het nummer voorbij.
‘In the Mountains’ krijgt van mij een 8. Na het muzikale onweer voelt dit als een aangename adempauze. Het nummer is korter en minder nadrukkelijk dan zijn voorganger, maar dat vind ik geen bezwaar. Een album hoeft niet vijf keer achter elkaar naar zijn hoogtepunt toe te werken. Juist de afwisseling zorgt ervoor dat de grote momenten hun kracht behouden.
Dan komt de titelsong: ‘Song of the Marching Children’. Met een waardering van 10 is dit voor mij het absolute hoogtepunt van de plaat.
Het bijzondere is dat het nummer bijna negentien minuten duurt, maar niet aanvoelt als een lange oefening in geduld. De compositie bestaat uit zeven delen, van Theme of the Marching Children tot en met The March. Die onderdelen hebben elk een eigen karakter, maar vormen samen een groter geheel. Mellotron, orgel, gitaar en de zang dragen bij aan een muzikale reis die voortdurend van kleur verandert.
Ik vind het heerlijk wanneer een band de tijd durft te nemen. Tegenwoordig lijkt alles soms korter, sneller en directer te moeten. Earth & Fire laat hier horen dat een lange compositie juist boeiend kan blijven wanneer de ideeën goed zijn en de uitvoering overtuigt. De muziek hoeft niet steeds met een nieuw kunstje te komen. De kracht zit in de manier waarop de verschillende passages elkaar aanvullen.
Ook de zang van Jerney Kaagman verdient een compliment. Ze heeft een herkenbare stem die niet verdwijnt tussen de instrumenten, maar er juist een eigen plaats in inneemt. Ik kan me goed voorstellen dat de combinatie van deze muziek met de oorspronkelijke, speciaal gemaakte binnenhoes tijdens concerten een indrukwekkende ervaring opleverde. Bij live-uitvoeringen werd die afbeelding namelijk met dia's in de lichtshow betrokken.
Wat mij betreft is dit een compositie die de hoge waardering volledig verdient. Ik hoor ambitie, vakmanschap en vooral veel muzikaal gevoel. Het is geen wedstrijdje wie de meeste noten kan spelen. Alles staat in dienst van het geheel.
Met Song of the Marching Children laat Earth & Fire horen dat Nederlandse bands in de vroege jaren zeventig niet onder hoefden te doen voor buitenlandse groepen binnen de progressieve rock. De band heeft een eigen geluid, sterke melodieën en muzikanten die begrijpen dat techniek pas echt iets oplevert wanneer er ook gevoel in zit.
Mijn cijfers vertellen eigenlijk al het verhaal: de opener krijgt een 9, de nummers twee en vier krijgen ieder een 8, en nummers drie en vijf verdienen allebei een 10. Ik heb dus weinig reden tot klagen. Integendeel, ik vind dit een bijzonder geslaagde plaat waarop de kleinere nummers de weg vrijmaken voor twee indrukwekkende hoogtepunten. En dan staat op de extended versie ook nog het nummer Invitation als bonus. Ook een nummer dat een 9 bij mij scoort.
Wat me uiteindelijk het meest bevalt, is dat het album nergens de indruk wekt dat het zichzelf voortdurend belangrijk wil maken. De muziek is ambitieus, maar blijft uitnodigend. Ik kan aandachtig luisteren naar de details, maar ik kan de plaat ook gewoon opzetten en me laten meenemen.
En dat laatste is misschien wel het grootste compliment dat ik Earth & Fire kan geven. Song of the Marching Children is voor mij niet alleen een album uit een interessante periode van de Nederlandse muziekgeschiedenis, maar vooral een plaat waar ik met veel plezier naar terugkeer. De combinatie van melodie, spanning en avontuur maakt dit tot een overtuigende klassieker. Een album waarop Earth & Fire zijn vleugels uitslaat en mij bijna 35 minuten lang weet te boeien.
WAARDERING: 9