Queen
Omdat ik in 1958 ben geboren, heb ik de opkomst van Queen eigenlijk van dichtbij meegemaakt. Niet vanaf de allereerste dag, maar wel in een tijd waarin hun muziek overal leek op te duiken. Op de radio, in muziekprogramma’s op televisie en later in platenzaken waar hun albums vaak prominent stonden uitgestald. Queen is voor mij dus geen band die ik jaren later heb ontdekt. Hun muziek liep als een rode draad door een groot deel van mijn leven. Sommige nummers herinneren me direct aan bepaalde periodes, terwijl andere songs voelen alsof ze er altijd al zijn geweest.
Pas veel later begon ik me meer te verdiepen in de mensen achter de muziek. Toen ontdekte ik dat achter die enorme hits vier heel verschillende muzikanten zaten. Freddie Mercury was natuurlijk de opvallendste. Met zijn stem, uitstraling en gevoel voor drama trok hij vaak alle aandacht naar zich toe. Toch merkte ik dat Queen veel meer was dan alleen Freddie. Brian May met zijn herkenbare gitaarspel, Roger Taylor met zijn krachtige drums en hoge zang, en John Deacon met zijn vaak onderschatte baswerk waren minstens zo belangrijk voor het geluid van de groep.
Wat mij altijd heeft verbaasd, is hoe weinig regels Queen leek te volgen. In een tijd waarin veel bands een vaste stijl hadden, deed Queen gewoon waar ze zin in hadden. Het ene moment maakten ze een stevige rocksong, het volgende moment een gevoelige ballad. Daarna volgde er ineens een nummer met operakoren of invloeden uit disco. Op papier klinkt dat alsof het een rommeltje zou moeten zijn, maar op de een of andere manier werkte het bijna altijd.
Ik stel me soms voor hoe mensen in de jaren zeventig voor het eerst Bohemian Rhapsody hoorden. Een nummer van bijna zes minuten zonder echt refrein, met piano, hardrock en een operastuk in het midden. Tegenwoordig kennen we het als een klassieker, maar destijds moet het een behoorlijk vreemde ervaring zijn geweest. Toch werd het een enorme hit. Dat zegt veel over de durf van Queen. Ze probeerden niet altijd te voldoen aan verwachtingen. Vaak deden ze juist het tegenovergestelde.
Wat ik ook bijzonder vind, is dat Queen zowel gigantisch als toegankelijk klinkt. Hun muziek vult moeiteloos een stadion, maar veel nummers voelen tegelijkertijd persoonlijk. Achter de grootse arrangementen zitten vaak eenvoudige emoties: vreugde, verdriet, twijfel, verlangen of humor. Misschien is dat wel een van de redenen waarom hun muziek zo lang meegaat.
Freddie Mercury blijft natuurlijk een fascinerende figuur. Hij stond bekend om zijn zelfvertrouwen op het podium, maar uit verhalen blijkt dat hij buiten de schijnwerpers soms veel terughoudender was. Dat contrast maakt hem voor mij alleen maar interessanter. Zijn optreden tijdens Live Aid in 1985 wordt nog steeds gezien als een van de indrukwekkendste live-optredens ooit. Zelfs mensen die geen fan van Queen zijn, noemen dat concert vaak als voorbeeld van hoe een artiest een publiek volledig kan meenemen.
Toch denk ik dat het succes van Queen niet alleen te danken is aan één persoon. De kracht van de band zat juist in de samenwerking. Alle vier de leden schreven hits. Dat zie je niet vaak. Another One Bites The Dust kwam van John Deacon, Radio Ga Ga van Roger Taylor en veel klassiekers van Brian May en Freddie Mercury. Daardoor bleef het repertoire verrassend veelzijdig.
Wat ik misschien nog het mooiste vind, is dat Queen nooit echt uit de tijd lijkt te raken. Nieuwe generaties ontdekken de band steeds opnieuw. Soms via een film, soms via streamingdiensten en soms gewoon doordat een nummer ergens opduikt. En dan blijkt dat een lied uit de jaren zeventig of tachtig nog steeds dezelfde energie heeft.
Als ik aan Queen denk, zie ik een band die groot durfde te dromen. Ze waren niet bang om risico's te nemen en trokken zich weinig aan van muzikale hokjes. Daardoor ontstond een catalogus vol nummers die allemaal anders klinken, maar toch onmiskenbaar Queen zijn.
Misschien is dat wel hun grootste prestatie. Niet dat ze miljoenen platen verkochten of enorme stadions vulden, maar dat hun muziek tientallen jaren later nog steeds mensen weet te raken. En eerlijk gezegd is dat een veel mooiere erfenis dan welke gouden plaat dan ook.