Gentle Giant - Gentle Giant (27-11-1970)
De Britse groep Gentle Giant kiest op haar eerste album niet voor een gemakkelijke kennismaking, maar presenteert een muzikale wereld waarin van alles gebeurt. Rock, klassieke invloeden, jazz, folk en meerstemmige zang worden zonder veel schroom door elkaar gemengd. Het resultaat is een plaat die nieuwsgierig maakt en tegelijkertijd laat horen dat deze muzikanten niet van plan zijn om zich aan de gebruikelijke regels te houden.
Als ik naar dit debuut luister, krijg ik het gevoel dat de bandleden bij elkaar zijn gekomen met een flinke verzameling muzikale ideeën en vervolgens hebben besloten om die allemaal maar eens uit te proberen. Gelukkig klinkt dat niet als een rommeltje. Er zit behoorlijk wat samenhang in de muziek, al moet ik soms even mijn oren de tijd geven om aan een nieuwe wending te wennen.
Gentle Giant verscheen in 1970 en vormde het begin van een bijzonder avontuur. De groep bestond uit de broers Derek, Ray en Phil Shulman, aangevuld met toetsenist Kerry Minnear, gitarist Gary Green en drummer Martin Smith. Vooral de veelzijdigheid van de muzikanten valt op. Ze beperken zich niet tot één instrument of één muzikale stijl. Dat geeft het album een levendig en soms verrassend karakter.
De opener Giant is meteen een stevige binnenkomer. Het nummer heeft een flinke dosis energie en laat horen dat de groep niet bang is voor tempowisselingen en ingewikkelde muzikale passages. Het orgel van Kerry Minnear krijgt alle ruimte en de zang van Derek Shulman heeft voldoende karakter om het geheel overeind te houden. Ik vind het een geslaagde introductie, al moet ik zeggen dat het nummer mij nog niet volledig overtuigt. Een 7 is wat mij betreft een mooie waardering.
Met Funny Ways slaat de band een andere richting in. Het begint rustig en bijna vriendelijk, maar gaandeweg komen er steeds meer muzikale details bij. De viool, cello en gitaar geven het nummer een bijzonder karakter. Vooral de afwisseling tussen de rustige zang en de wat steviger instrumentale gedeelten spreekt mij aan. Het is een compositie die niet alles meteen prijsgeeft. Ook hier kom ik uit op een 7.
Alucard is vervolgens een stuk steviger. De titel is trouwens Dracula achterstevoren geschreven, een aardigheidje dat goed past bij het eigenzinnige karakter van de groep. Het nummer heeft een stevige basis, maar daaroverheen gebeurt van alles. De toetsen en blazers zorgen voor een wat onheilspellende sfeer. Ik hoor hier duidelijk de experimenteerdrang van de band. Toch blijft het voor mij een nummer dat vooral indruk maakt door zijn muzikale aanpak. Een 7.
Bij Isn't It Quiet and Cold? wordt het weer wat rustiger. De compositie heeft een bijna klassieke inslag en klinkt op momenten behoorlijk ingetogen. De piano en de subtiele instrumentale aankleding geven het nummer een aangename sfeer. Het is een prettige afwisseling na de meer uitbundige voorgangers. Ik waardeer vooral de melodie en de manier waarop de verschillende instrumenten elkaar aanvullen. Ook dit nummer krijgt van mij een 7.
Met Nothing at All komt voor mij het album echt op stoom. Dit is met ruim negen minuten het langste nummer en de band neemt uitgebreid de tijd om verschillende kanten van zijn muzikale persoonlijkheid te laten horen. De meerstemmige zang is bijzonder mooi en de overgang van het rustige begin naar de stevigere passages werkt uitstekend. Dan volgt ook nog een drumsolo die behoorlijk wat ruimte krijgt. Normaal gesproken ben ik niet altijd even enthousiast over lange drumsolo's, maar hier past het verrassend goed. Een overtuigende 8.
Why Not is mijn andere favoriet. Het nummer heeft een levendige aanpak en laat opnieuw horen hoe gemakkelijk de band verschillende muzikale stijlen met elkaar verweeft. De ritmiek is speels, de instrumenten krijgen voldoende ruimte en de blazers en blokfluiten zorgen voor een bijzonder geluid. Het is allemaal behoorlijk eigenzinnig, maar nergens vervelend ingewikkeld. Ik hoor vooral een groep muzikanten die plezier heeft in het samen spelen. Ook hier geef ik een 8.
Het zevende nummer, The Queen, laat ik buiten mijn beoordeling.
Wat mij na het beluisteren vooral bijblijft, is de enorme veelzijdigheid van deze Britse muzikanten. Het is duidelijk dat Gentle Giant nog volop bezig is met het ontwikkelen van een eigen geluid. De composities zijn soms wat zoekend en de productie van Tony Visconti klinkt niet overal even verfijnd, maar dat vind ik eigenlijk niet zo'n probleem. De muziek heeft juist iets levendigs en ongepolijsts.
Ik vind het ook aardig dat de band op dit debuut nog niet voortdurend probeert om indruk te maken met technische hoogstandjes. Er wordt stevig gerockt, maar er is net zo goed ruimte voor rustige passages, fraaie zangpartijen en onverwachte instrumenten. Die combinatie maakt het album aantrekkelijk.
Mijn eindindruk is dan ook positief. Met vier nummers die ik een 7 geef en twee die een 8 verdienen, is dit voor mij een geslaagd debuut. De echte muzikale verfijning zou op latere albums nog verder groeien, maar de basis is hier al duidelijk aanwezig.
Ik heb vooral het gevoel dat Gentle Giant met deze plaat de deur naar een bijzondere muzikale wereld op een kier zet. En wie eenmaal nieuwsgierig naar binnen kijkt, zal ontdekken dat er achter die deur nog heel wat verrassingen verscholen liggen. Dat vind ik een mooie prestatie voor een eerste album.
WAARDERING: 7,3